ECLI:NL:RBDHA:2015:15985
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering asielverzoek op grond van Dublin III Verordening wegens onvoldoende motivering
Eiser, een Mongoolse nationaliteit, verbleef sinds 2005 in Europa en woonde met zijn partner en zoon in België tot eind 2014. Na een afwijzing in België vertrok het gezin naar Nederland waar zij asiel aanvroegen. De Staatssecretaris weigerde de aanvraag van eiser op basis van de Dublin III Verordening en legde een overdrachtclaim neer bij België.
Eiser stelde dat hij niet van zijn gezin gescheiden mocht worden vanwege de gezondheid van zijn partner en de afhankelijkheid van hun zoon. De rechtbank oordeelde dat de partner lijdt aan Lupus Erythematosus en dat eiser onmisbare zorg verleent, maar onvoldoende bewijs was voor een ernstige ziekte in de zin van artikel 16 Dublin Pro III. Wel oordeelde de rechtbank dat de omstandigheden bijzonder en onvoorzien zijn, zodat toepassing van artikel 17 Dublin Pro III gerechtvaardigd is.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens onvoldoende motivering en veroordeelde de Staatssecretaris tot betaling van proceskosten. De rechtbank gaf aan dat de belangen van het kind, het gezin en de gezondheidssituatie zwaar wegen bij de beoordeling van de overdracht.
De uitspraak is gedaan door rechter C.M. Nollen en griffier E.M.J. Clermonts op 18 september 2015. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de Staatssecretaris wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.