ECLI:NL:RBDHA:2015:15990
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-in behandeling name asielaanvraag op grond van Dublin-verordening met betrekking tot Hongarije
Eiseres diende op 11 juli 2015 een asielaanvraag in nadat uit Eurodac bleek dat zij via Hongarije de EU was binnengekomen en daar reeds een asielverzoek had ingediend. Verweerder nam haar aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Hongarije verantwoordelijk was voor de behandeling volgens de Dublin-verordening. Eiseres stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Hongarije niet kon worden toegepast, verwijzend naar diverse landeninformatie en jurisprudentie.
De rechtbank overwoog dat het uitgangspunt is dat Nederland erop mag vertrouwen dat Hongarije zijn verdragsverplichtingen nakomt, tenzij eiseres dit aannemelijk maakt. Eiseres heeft nagelaten specifieke omstandigheden te relateren aan de aangevoerde landeninformatie en heeft onvoldoende onderbouwd dat de uitvoering van het Hongaarse asielbeleid tekortschiet in haar concrete situatie. Ook haar beroep op bijzondere omstandigheden als alleenstaande donkere vrouw werd onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank wees het verzoek om aanhouding van de zaak af en verwees de zaak naar de meervoudige kamer voor verdere behandeling. Uiteindelijk verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij het verzoek van eiseres af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit tot niet-in behandeling name van haar asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.