ECLI:NL:RBDHA:2015:16024
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling ondanks onvolledige verklaring buitengerechtelijke schuldregeling
Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank is bevoegd de insolventieprocedure te openen omdat het centrum van haar voornaamste belangen in Nederland ligt. Bij het verzoek was een verklaring overgelegd waarin werd gesteld dat er geen reële mogelijkheden zijn tot een buitengerechtelijke schuldregeling, afgegeven door een WSNP-bewindvoerder die niet zelf het minnelijk traject heeft uitgevoerd.
De rechtbank oordeelt dat de verklaring niet voldoet aan artikel 285 lid 1 sub f Faillissementswet Pro, omdat de schuldbemiddelingsinstantie Zuidweg en Partners niet bevoegd was en de bewindvoerder geen inhoudelijke bemoeienis had met het traject. Hierdoor ontbreekt de wettelijke waarborg voor een correcte uitvoering van het minnelijk traject.
Desondanks laat de rechtbank verzoekster niet de dupe worden van deze onjuiste werkwijze. Uit de stukken blijkt dat een substantieel deel van de schuldeisers niet zal meewerken aan een minnelijke regeling en dat een gedwongen regeling weinig uitzicht op succes heeft. Daarom wordt het verzoek inhoudelijk beoordeeld en toegewezen.
De rechtbank verklaart de WSNP van toepassing, benoemt een rechter-commissaris, heft beslagen op, kent een voorschot toe aan de bewindvoerder en geeft hem de bevoegdheid tot het openen van post gericht aan de schuldenaar. De uitspraak is gedaan door rechter R. Cats op 1 oktober 2015.
Uitkomst: Toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling ondanks onvolledige verklaring over minnelijk traject.