ECLI:NL:RBDHA:2015:16417
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens niet-tijdige indiening
In deze zaak dienden verzoekers een wrakingsverzoek in tegen een rechter van de rechtbank Den Haag, stellende dat het beginsel van hoor en wederhoor was geschonden en er sprake was van vooringenomenheid. Het verzoek werd ingediend op 16 juni 2015, na een tussenvonnis van 20 mei 2015.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek niet tijdig was ingediend, aangezien de feiten en omstandigheden waarop het verzoek was gebaseerd al op eerdere data, waaronder zittingen in oktober en november 2014, bekend waren. Hoewel de wet geen specifieke termijn geeft, moet een wrakingsverzoek direct na het bekend worden van de feiten worden ingediend, met slechts een korte termijn voor beraad.
Verzoekers konden niet aannemelijk maken dat de vertraging gerechtvaardigd was, ondanks het omvangrijke dossier en het feit dat zij al op 28 mei 2015 hadden aangekondigd het verzoek te zullen indienen. De wrakingskamer verklaarde het verzoek daarom niet-ontvankelijk en besloot dat de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die stond bij het indienen van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening.