Uitspraak
(Promis vonnis)
[verdachte],
Het onderzoek ter terechtzitting
De tenlastelegging
Overwegingen met betrekking tot een aangevoerd vormverzuim
Bewijsoverwegingen met betrekking tot Zaaksdossier [adres 4]
Bewijsoverwegingen met betrekking tot Zaaksdossier Kempenbaan
Bewijsoverwegingen met betrekking tot Zaaksdossier Gruis
Bewijsoverwegingen met betrekking tot Zaaksdossier [adres 2]
- 16.12 uur (R sms A): is er een probleem
- 16.14 uur (A sms R): wat een kanke probleem
- 19.12 uur (R sms A): ruzie
- 19.46 uur (R sms A): “alles was oke ook als ik trug zou gaan ook lekker rustig sarf op kekening niemand belles steeds ma jij echt bedacht dat je moeite nam te luisteren en goed te luisteren bedankt”
- 19.50 uur (R sms A) : “… als je mij had geluister niks gebeurd steeds dag later en niet je rent sbut ofzo ma doet laks later laat”
Bewijsoverwegingen met betrekking tot Zaaksdossier [adres 3]
- oorbellen en een ring
- een kettinkje, hanger, oorbellen en een broche
- een armband
- een kettinkje met hanger plus een briljant
- een gouden armband
- de trouwring van aangever
- een gouden horloge
- een doublé horloge
- een kettinkje met drie briljantjes
- een schakelarmbandje
- de portefeuille van aangever met daarin ongeveer € 400,00
- de portefeuille van aangeefster met daarin een bedrag van 4.635,00 aan kasgeld
- een geldbedrag van € 18.000,00
jammerheeft. De rechtbank heeft het gesprek ter terechtzitting beluisterd en daarbij waargenomen dat [medeverdachte 8] in ieder geval niet over een jammer spreekt, en dat het zeer goed mogelijk is dat [medeverdachte 8] vraagt of verdachte een
gunheeft, te meer nu de ‘n’ goed hoorbaar is op de ter zitting afgespeelde bandopname. In raadkamer heeft de rechtbank de geluidsopname nogmaals beluisterd en waargenomen dat [medeverdachte 8] tot twee keer toe spreekt over een
gun. De rechtbank is dan ook van oordeel dat bovenvermeld gesprek gaat over een (imitatie)vuurwapen. De rechtbank heeft op basis van de ter zitting afgespeelde opname niet kunnen waarnemen of [medeverdachte 8] “ja nep” dan wel “ja net” zegt. In raadkamer heeft de rechtbank de opname nogmaals afgespeeld en waargenomen dat [medeverdachte 8] “ja nep” zegt.
:“
ja neetiewraps[onderstreping rb.] daarom, daarom”. De officier van justitie heeft de DVD met de compilatie aan het dossier laten toevoegen en in het bezit van de verdediging gesteld. In raadkamer heeft de rechtbank deze DVD andermaal afgespeeld en beluisterd en waargenomen dat op de opname in de compilatie te horen is dat verdachte spreekt over tiewraps en de ondertiteling in de compilatie correct is. De officier van justitie heeft ter zitting toegelicht dat in de compilatie, anders dan bij de opnames van de originele OVC-gesprekken die ter zitting zijn afgespeeld, het achtergrondgeluid deels eruit gefilterd is. Hierdoor is het mogelijk dat in de compilatie een nadere uitwerking gegeven is aan het onderdeel van het gesprek dat eerder nog als onverstaanbaar is geverbaliseerd.
neem even die uuuuuh tarbosh regelen”. Uit de combinatie van de beelden, waaruit kan worden afgeleid dat iemand aanbelt, en de geluidsopname waarop een belgeluid hoorbaar is, kan het niet anders dan dat verdachte via het intercomsysteem met de persoon die bij de hoofdingang van het appartementencomplex staat spreekt. De persoon die aangebeld heeft verlaat het portiek en verdwijnt vervolgens uit beeld.
osso(=het huis) van de slager. Dat verdachte spreekt over zijn vriend met de bijnaam Slager kan opnieuw op geen enkele manier worden opgemaakt uit de context van het gesprek. Wel volgt uit het gesprek dat [medeverdachte 11] bij het huis van de slager zou gaan kijken maar dat hij deze slager niet heeft gezien. Dat desbetreffende persoon dronken op bed ligt is een eigen interpretatie van [medeverdachte 11].
tarbosheen pet bedoelde. Nu de rechtbank geen reden heeft om te twijfelen aan de juistheid van de in het proces-verbaal opgenomen vertaling en bovendien uit de beeldopnames niet blijkt dat verdachte bij het verlaten van de woning een pet draagt of vasthoudt, gaat de rechtbank aan deze alternatieve verklaring van verdachte voorbij.
Cash gewoon klein?” maakt de rechtbank op dat verdachte een klein geldbedrag “gepakt” heeft. Dit relatief kleine geldbedrag bedroeg echter een “
paar doezoe”. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat met “doezoe”, “duizend” bedoeld wordt.
een paar doezoe” over nog door verdachte te betalen rekeningen gaat. Deze uitleg sluit echter niet aan bij de inhoud en het verloop van het gesprek. Het antwoord van verdachte “
een paar doezoe” is immers een reactie op de opmerking van [medeverdachte 15] over “
Cash, gewoon klein”. Dit betekent ook dat het eerste deel van het gesprek tussen [medeverdachte 15] en verdachte gaat over een geldbedrag van een paar duizend euro dat verdachte voorafgaand aan dat gesprek heeft “gepakt”. Nu verdachte naar eigen zeggen wat kleingeld uit [betrokkene 14] auto heeft weggenomen, en zeker niet een paar duizend euro, kan deze opmerking, wat hier verder ook van zij, geen betrekking hebben op het wegnemen van dat geldbedrag.
- Verdachte voert op 3 november 2012 een gesprek met [medeverdachte 8] waaruit blijkt dat verdachte op zoek is naar een (imitatie)vuurwapen. Verder voert hij op dezelfde dag een gesprek met [medeverdachte 15] over het vastbinden van een slager met tiewraps. Uit de gespreksinhoud kan worden opgemaakt dat verdachte op dat moment ook de beschikking heeft over tiewraps. Verder vraagt verdachte op 5 november 2012 aan [medeverdachte 11] of hij nog is wezen kijken bij het huis van de slager. In hun onderlinge samenhang bezien, en tegen de achtergrond dat enkele dagen na deze gesprekken daadwerkelijk een woningoverval heeft plaatsgevonden op een eigenaar van een vlees- en veehandel, kan het niet anders zijn dan dat deze gesprekken, bij gebreke aan een aannemelijke verklaring van de zijde van verdachte, over de tenlastegelegde overval op de bewoners van de woning aan de [adres 3] gaan.
- Op 5 november 2012 wordt verdachte circa 45 minuten vóór de overval opgehaald door een man in donkere kleding. Verdachte zegt via de intercom tegen deze persoon dat hij een muts moet regelen en verlaat vervolgens in zwarte kleding zijn woning. Eerder die dag lagen in de woning van verdachte nog een bivakmuts en zwarte handschoenen.
- Verdachte verlaat het appartementencomplex via een zijingang, dit met de kennelijke bedoeling om buiten het zicht van (eventueel aanwezige) camera’s te blijven.
- Verdachte geeft geen aannemelijke verklaring voor zijn afwezigheid tussen 5 november 2012 (22.45 uur) en 6 november 2012 (10.32 uur).
- Verdachte draagt bij terugkomst op 6 november 2012 (10.32 uur) een capuchon over zijn hoofd, dit met kennelijke bedoeling om zijn gezicht te verhullen voor de camera. Bovendien geeft verdachte een onaannemelijke verklaring over de reden waarom hij buiten beeld wil blijven.
- Verdachte vertelt de ochtend na de overval aan [medeverdachte 15] dat hij een paar duizend euro gepakt heeft. Dat verdachte die dag beschikking had over geld blijkt hij diezelfde dag een aantal rekeningen betaalt. Verdachte heeft geen aannemelijke verklaring voor de herkomst van dit geldbedrag gegeven.
de man die als eerste de woning binnenkwam en aangeefster heeft vastgebonden, rb.] als volgt omschrijven:
Bewijsoverwegingen met betrekking tot Zaaksdossier [adres 1]
[medeverdachte 8]heeft, als verdachte in zijn eigen strafzaak en als getuige in de zaak van verdachte, onder meer het volgende verklaard (samengevat) [115] :
[medeverdachte 11]heeft, als verdachte in zijn eigen strafzaak en als getuige in de zaak van verdachte, onder meer het volgende verklaard (samengevat) [116] :
“dat hij op tiewraps zit te wachten”levert bewijs op voor betrokkenheid van verdachte en [medeverdachte 15] bij de overval op de [adres 1] te Rotterdam, gelet op de volgende omstandigheden:
- Het gebruik van tiewraps bij die overval;
- Het tijdstip van dit gesprek: nog geen 24 uur voordat de overval plaatsvond, en op een tijdstip waarop (zoals zojuist overwogen) de voorbereidingen voor die overval reeds in gang waren gezet;
- Het direct volgen van deze conversatie op de zojuist weergegeven conversatie omtrent een wapen, die eveneens in verband kan worden gebracht met de voorbereiding van de overval.
“niet van dezelfde soort”maar
“kleinere”en wat wordt bedoeld met
“die ene”in vergelijking met de nieuw aan te kopen tiewraps. Verdachte heeft zich evenwel op zijn zwijgrecht beroepen, evenals [medeverdachte 15] dat heeft gedaan toen hij met deze onderdelen van dit gesprek werd geconfronteerd [135] . De rechtbank dient dan ook zelfstandig te beoordelen wat de betekenis van deze uitlatingen is. De rechtbank kan tot geen andere conclusie komen dan dat met
“die ene”de tiewraps werden bedoeld zoals die op 15 november 2012 door [medeverdachte 15] aan verdachte zijn geleverd, en dat met de opdracht over te gaan tot aanschaf van
“kleinere”tiewraps werd bedoeld te verhullen dat die oorspronkelijk geleverde tiewraps geschikt waren om bij een overval te worden gebruikt.
alibiaangeduid- geformuleerd, dat –indien juist- zou uitsluiten dat hij aan de uitvoering van de overval aan de [adres 1] heeft deelgenomen, aangezien hij zich op dat moment op een geheel andere locatie (namelijk thuis) bevond. Vervolgens heeft verdachte een alternatief scenario geponeerd dat –indien juist- dwingend met zich zou brengen dat het aantreffen van de handschoenen in de [adres 5] kort na zijn aanhouding niet met hem in verband kan worden gebracht.
geenafspraak met [medeverdachte 11] gemaakt om te worden opgehaald. Om 21.16 uur is hij vanuit de woning [adres 5] via de trap en het portiek naar buiten gelopen met de bedoeling om de sleutel van de woning waar hij verbleef achter een vuilnisbak te leggen, wat hij ook heeft gedaan. Toevallig op het zelfde moment kwam de Fiat Punto van [medeverdachte 11] aanrijden. Hij, verdachte, is toen niet in die auto gestapt, maar wel iemand anders. Die andere persoon kent hij onder de naam Monster. Deze Monster zat al aan de overkant van de parkeerplaats op een muurtje te wachten. Nadat Monster in de Fiat Punto was gestapt en deze was weggereden, is hij, verdachte in zijn woning teruggekeerd. Dat dit niet is geregistreerd door de camera’s rond het portiek en door de camera, gericht op de voordeur van het appartement, komt, omdat hij via een andere weg terug is gegaan. Hij is op een muurtje geklommen en via een raam op de eerste etage in het trappenhuis terechtgekomen. Vervolgens is hij niet naar zijn eigen woning gegaan, maar heeft hij aangebeld bij de daarnaast gelegen woning van zijn neef [betrokkene 14]. Daarna is hij via het terras van de woning van [betrokkene 14] naar het terras de woning [adres 5] geklommen en zo weer in die woning terecht gekomen. Hij heeft in de woning verbleven tot kort voor zijn aanhouding op 17 november 2012 te 2.18 uur. Die tijd heeft hij grotendeels slapend doorgebracht, maar hij heeft ook tijd besteed aan het hebben van seksueel contact met na te noemen [betrokkene 9].
De moeder van verdachteheeft verklaard [136] dat zij op 16 november 2012 te 16.46 uur samen met [betrokkene 9] in de woning [adres 5] is aangekomen Later kwam daar ook haar dochter [betrokkene 3]. Haar zoon [verdachte] was toen ook in de woning aanwezig. Hij zei dat hij niet wegging, moe was en ging slapen. Zij is op een gegeven moment weggegaan, samen met haar dochter. Zij weet zeker dat [verdachte] toen zij wegging nog in de woning was. Zij heeft hem gezien toen zij wegging en hij was in huis.
De zuster van verdachteheeft verklaard [137] dat toen zij de woning verliet, haar broer [verdachte] nog in de woning was. Zij heeft bij het weggaan [verdachte] en [betrokkene 9] gedag gezegd.
[betrokkene 9]is een aantal malen als verdachte en getuige door de politie gehoord, en op 8 februari 2013 door de rechter-commissaris. In dat laatste verhoor geeft zij te kennen dat voor haar gevoel verdachte de gehele avond thuis is geweest, al heeft zij hem niet steeds gezien.
[betrokkene 14], de neef van verdachte heeft een schriftelijke verklaring opgesteld, die door de verdediging op 6 mei 2013 aan de rechtbank is toegezonden. In die verklaring geeft [betrokkene 14] te kennen dat verdachte op 16 november 2012 rond 9 à 10 uur in de avond bij hem heeft aangebeld. Hij, [betrokkene 14], was toen in zijn woning aanwezig, samen met zijn vriendin. Verdachte is vervolgens via het terras van de woning van hem, [betrokkene 14], naar de woning aan de [adres 5] gegaan. Bij een verhoor door de rechter-commissaris als getuige heeft [betrokkene 14] verklaard zich niets concreets meer van de desbetreffende avond te kunnen herinneren, maar wel te blijven bij de inhoud van zijn eerdere schriftelijke verklaring, omdat hij toen de waarheid heeft opgeschreven.
zijen niet [betrokkene 3] iemand leuk vindt en de moeder van verdachte gekscherend spreekt over de psychische kwaliteiten van die persoon) die overduidelijk (ook) op verdachte betrekking heeft. Tenslotte wijst de opmerking van [betrokkene 9] “ik ga film kijken in mijn eentje” er eveneens op dat zij na het vertrek van moeder en zuster alleen in de woning achterbleef. Verdachte heeft ter terechtzitting betoogd dat deze laatste mededeling van [betrokkene 9] sarcastisch zou zijn bedoeld, doch een dergelijke toonzetting heeft de rechtbank bij het beluisteren van de opname niet kunnen waarnemen.
De bewezenverklaring
vande woning van die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] onverhoeds binnendringen en
eenmes aan die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en
vande woning van die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] onverhoeds binnengedrongen en
eenmes aan die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] getoond en
wrapsvastgebonden en
van ongeveer 23.00u tot 01.02u) in de woning en in de directe nabijheid van die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] gebleven;
De strafbaarheid van de verdachte
De strafoplegging
De overval op [slachtoffer 3]heeft geruime tijd geduurd, gedurende welke tijd de slachtoffers onder schot zijn gehouden, waarbij kogels werden getoond kennelijk om duidelijk te maken dat het om een echt vuurwapen ging. Dat moet het traumatische effect van het gebeuren op de slachtoffers in ernstige mate hebben vergroot. [slachtoffer 3] heeft daarnaast met de overvallers moeten onderhandelen over het mee te nemen geld en de mee te nemen horloges, wat duidt op een professionele uitvoering van de overval. Uiteindelijk is een zeer grote hoeveelheid aan geld en horloges gestolen, waarvan slechts een gering gedeelte is teruggevonden. De rechtbank merkt dit alles aan als strafvermeerderende factoren die maken dat voor deze overval oplegging van een gevangenisstraf van zes jaren in aanmerking komt.
[adres 1]heeft lang geduurd (ruim twee uur) en het traumatiserend effect daarvan zal zo mogelijk nog sterker zijn geweest dan bij de eerder besproken overval. In het huis aan de [adres 1] waren, behalve een echtpaar, ook hun drie kinderen aanwezig waarvan er twee de overval volledig en bewust hebben moeten meemaken. Het gaat hier om extra kwetsbare slachtoffers, waarvan de overvallers zich bewust moeten zijn geweest, wat hun er evenwel niet van heeft weerhouden om met de overval door te gaan. De ouders zijn aan handen en voeten gebonden met tiewraps en van elkaar en van hun kinderen gescheiden. Met name die laatste omstandigheid acht de rechtbank in hoge mate strafvermeerderend. Verder blijkt uit de in het vorenstaande geciteerde bewijsmiddelen dat de overval op een professionele manier is uitgevoerd en dat verdachte in de voorbereiding daarvan een leidende rol heeft gehad. Tenslotte staat vast dat verdachte, die niet meteen is aangehouden, nog enige tijd de beschikking heeft gehad over het overgrote deel van de buitgemaakte horloges en juwelen, die echter bij zijn aanhouding niet zijn aangetroffen. Verdachte is dan ook degene die weet wat er met de buit is gebeurd, en die kennelijk –nog steeds- geen maatregelen heeft genomen om er voor te zorgen dat die buit weer bij de rechtmatige eigenaren wordt terugbezorgd. Ook deze omstandigheden merkt de rechtbank als strafvermeerderend aan. Dat betekent dat de rechtbank voor deze overval oplegging aan verdachte van een gevangenisstraf van zeven jaren passend acht.
De vordering van de benadeelde partij / de schadevergoedingsmaatregel
- [slachtoffer 2] tot een bedrag van € 222.275,98, betrekking hebbend op immateriële schade (fysiek letsel en psychische schade) en materiële schade (sieraden/horloges, kosten advocaat en kosten psychologische ondersteuning);
- [slachtoffer 1] tot een bedrag van € 17.480,00, betrekking hebbend op immateriële schade (fysiek letsel en psychische schade) en materiële schade (manchetknopen en horloges);
- [getuige 7] tot een bedrag van € 1.800,00, betrekking hebbend op immateriële schade (psychische schade);
- [getuige 7] tot een bedrag van € 1.800,00, betrekking hebbend op immateriële schade (psychische schade).
fysiek letselen
psychische schadezijn voldoende onderbouwd door de benadeelde partijen. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij naar burgerlijk recht deze schade rechtstreeks heeft geleden als gevolg van de bij de dagvaarding met parketnummer 09/754248-11 onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten.
kosten psychologische ondersteuningtoewijzen vanaf de dag waarop de schade is ontstaan, te weten 16 november 2012. De gevorderde rente ten aanzien van de post
kosten psychologische ondersteuningzal worden toegewezen vanaf de dag dat deze kosten zijn gevorderd, te weten10 juni 2014.
- van een bedrag van € 216.183,63, vermeerderd met de wettelijke rente (over een bedrag van € 212.415,00 vanaf 16 november 2012 en over een bedrag van € 3.768,63 vanaf 10 juni 2014, beide tot aan de dag van de algehele voldoening), ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2];
- van een bedrag van € € 17.480,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 16 november 2012 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 1];
- van een bedrag van € 1.800,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 16 november 2012 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [getuige 7];
- van een bedrag van € 1.800,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 16 november 2012 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [getuige 7].
De toepasselijke wetsartikelen
De beslissing
een gevangenisstraf voor de duur van 14 (VEERTIEN) JAREN;
- [slachtoffer 2] een bedrag van € 216.183,63, vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 212.415,00 vanaf 16 november 2012 en over een bedrag van € 3.768,63 vanaf 10 juni 2014, beide tot aan de dag waarop het betreffende deel van de vordering is voldaan;
- [slachtoffer 1] een bedrag van € 17.480,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 16 november 2012 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;
- [getuige 7] een bedrag van € 1.800,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 16 november 2012 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;
- een bedrag van € 216.183,63, vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 212.415,00 vanaf 16 november 2012 en over een bedrag van € 3.768,63 vanaf 10 juni 2014, beide tot aan de dag van de algehele voldoening, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 2];
- een bedrag van € 17.480,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 16 november 2012 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 1];
- een bedrag van € 1.800,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 16 november 2012 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [getuige 7];
- een bedrag van € 1.800,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 16 november 2012 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [getuige 7];