ECLI:NL:RBDHA:2015:1972
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verrekening nageheven loonheffing en gebruikelijk loon in aanslag inkomstenbelasting 2009
Eiser was in 2009 in loondienst bij een vennootschap waarin hij een aanmerkelijk belang had. Over dat jaar is loonheffing niet afgedragen, maar deze is nageheven door de Belastingdienst. Eiser heeft loonheffing als verrekenbaar bedrag opgevoerd bij zijn aangifte, maar de Belastingdienst heeft dit niet volledig erkend bij het opleggen van de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV).
De rechtbank stelt vast dat de volledige nageheven loonheffing die betrekking heeft op het aan eiser uitbetaalde loon, in aanmerking genomen moet worden bij de aanslag. De Hoge Raad heeft eerder geoordeeld dat nageheven loonbelasting verrekenbaar is met de IB/PVV, tenzij de voordelen niet zijn genoten, wat hier niet het geval is. Het beroep van eiser dat een hoger bedrag aan loonheffing verrekenbaar zou zijn, wordt daarom verworpen.
Daarnaast heeft de Belastingdienst een beroep gedaan op het leerstuk van interne compensatie en het gebruikelijk loon verhoogd tot € 40.000, zoals voorgeschreven in artikel 12a van de Wet op de loonbelasting 1964. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat een lager gebruikelijk loon van toepassing is. De rechtbank bevestigt dit standpunt maar beperkt de toepassing van interne compensatie tot situaties waarin dit niet leidt tot verhoging van de aanslag.
De rechtbank verklaart het beroep van eiser ongegrond en bevestigt de aanslag zoals vastgesteld, waarbij het belastbaar inkomen uit werk en woning wordt vastgesteld op € 33.610 onder verrekening van € 7.159 aan loonheffing. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2009 wordt bevestigd met een belastbaar inkomen van € 33.610.