ECLI:NL:RBDHA:2015:2686
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep op verblijfsrecht EU-familielid na verblijf in België volgens België-route
Eisers, een gezin met de Equadoriaanse nationaliteit, hebben een aanvraag gedaan voor een verblijfsdocument in Nederland op grond van artikel 7 van Pro de Verblijfsrichtlijn. De aanvraag werd door verweerder afgewezen omdat niet zou zijn voldaan aan de vereiste van daadwerkelijk verblijf in België gedurende meer dan drie maanden, de zogenaamde België-route.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de verblijfsrichtlijn onjuist heeft geïnterpreteerd door te stellen dat eisers en referent gezamenlijk ten minste drie maanden in België moesten verblijven. Uit het arrest van het Hof van Justitie volgt dat het verblijf van de Unie-burger in het gastland van dien aard moet zijn dat een gezinsleven is opgebouwd of bestendigd. De rechtbank concludeert op basis van diverse bewijsstukken, zoals inschrijving, huwelijk, medische bezoeken, belastingaangiften en verzekeringen, dat eisers en referent daadwerkelijk en duurzaam in België verbleven van december 2010 tot januari 2012.
Daarmee is voldaan aan de voorwaarden voor het afgeleid verblijfsrecht van familieleden van een EU-burger die terugkeren naar hun lidstaat van herkomst. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen het verblijfsdocument te verstrekken. Tevens worden proceskosten aan eisers toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en eisers krijgen een verblijfsdocument toegekend.