ECLI:NL:RBDHA:2015:4093
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking verblijfsvergunning asiel wegens schending hoorplicht en onzorgvuldige motivering
Eiser, een Somalische asielzoeker, kreeg in 2011 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd toegekend vanwege het ontbreken van een vestigingsalternatief buiten Mogadishu. In 2014 besloot de staatssecretaris deze vergunning in te trekken, stellende dat de veiligheidssituatie in Mogadishu was verbeterd en eiser vrijwillig teruggekeerd was naar Somalië.
Eiser voerde aan dat hij terugkeerde om de besnijdenis van zijn dochters te voorkomen en dat de veiligheidssituatie juist was verslechterd. Tevens stelde hij dat de hoorplicht bij het voornemen tot intrekking was geschonden. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar de omstandigheden van de terugkeer en dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was, mede omdat verweerder nieuwe informatie ter zitting aanvoerde zonder deze te overleggen.
De rechtbank stelde vast dat het beleid vereist dat bij terugkeer naar het land van herkomst een hoorplicht geldt en dat de veiligheidssituatie in het ambtsbericht van 2014 verslechterd was ten opzichte van 2013. De enkele terugkeer was onvoldoende om de intrekking te rechtvaardigen. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht en onvoldoende motivering.