Uitspraak
WRAKINGSKAMER VAN DE RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker 1],
[verzoeker 2],
1.Mr. E.A.G.M. VAN RENS,
Mr. J.B. WIJNHOLT,
Mr. E.A. LENSINK,
1.Mr. E.A.G.M. VAN RENS,
Mr. D.M. THIERRY,
Mr. N.F.H. VAN EIJK,
Rechtbank Den Haag
In deze zaak hebben meerdere verzoekers wrakingsverzoeken ingediend tegen verschillende strafrechters van de rechtbank Den Haag, stellende dat deze rechters niet onpartijdig zouden zijn. De verzoekers baseren hun betoog onder meer op vermeende familierelaties tussen medewerkers van de rechtbank en verdachten, telefonische contacten over de strafzaak, en het verstrekken van civiele stukken aan het Openbaar Ministerie.
De rechtbank heeft de verzoeken tot verwijzing van de strafzaken naar een andere rechtbank afgewezen en de onderzoekswensen van verzoekers niet gehonoreerd. De wrakingskamer heeft vervolgens de wrakingsverzoeken behandeld, waarbij ook aanvullende verzoeken zijn ingediend. Tijdens de zitting op 30 maart 2015 zijn de standpunten van verzoekers, hun raadslieden, de gewraakte rechters en de officier van justitie gehoord.
De wrakingskamer overweegt dat procesuele beslissingen, ook als deze in het nadeel van verzoekers uitvallen, niet zonder meer wijzen op vooringenomenheid. Er is geen zwaarwegende aanwijzing dat de rechters onpartijdig zijn of dat de vrees voor vooringenomenheid objectief gerechtvaardigd is. De motivering van de beslissingen is voldoende en begrijpelijk, en de verzoeken tot wraking worden daarom afgewezen.
De zaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van de wrakingsverzoeken. De beslissing is openbaar uitgesproken op 30 maart 2015 door de wrakingskamer van de rechtbank Den Haag.
Uitkomst: Wrakingsverzoeken tegen de rechters worden afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.