AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling medeplegen witwassen tot taakstraf wegens criminele geldleningen
De rechtbank Den Haag heeft op 16 april 2015 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van witwassen van geldbedragen afkomstig uit criminele activiteiten in de periode van december 2007 tot augustus 2011.
Uit het onderzoek en de bewijsvoering blijkt dat verdachte samen met haar echtgenoot via een derde partij een lening van in totaal €46.000,- heeft ontvangen, waarvan een deel contant en een deel via bankoverschrijving. De gelden waren afkomstig van een investeringsmaatschappij die door de rechtbank als crimineel werd aangemerkt, mede gebaseerd op verklaringen van getuigen en eerdere veroordelingen van betrokkenen.
De verdediging voerde onder meer aan dat het OM niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn en het ontbreken van bewijs dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het geld crimineel was. De rechtbank oordeelde echter dat de redelijke termijn pas begon bij de eerste verhoor van verdachte in augustus 2011 en dat de overschrijding niet tot niet-ontvankelijkheid leidt. Ook was er voldoende bewijs voor wetenschap of vermoeden van criminele herkomst.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het maken van witwassen tot gewoonte, maar veroordeelde haar voor medeplegen van witwassen. Gezien de ernst van het feit, het blanco strafblad en het lange tijdsverloop werd een taakstraf van 90 uur opgelegd, waarvan 45 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 90 uur, waarvan 45 uur voorwaardelijk, wegens medeplegen van witwassen van €46.000.
Voetnoten
1.Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van de volgende dossiers van de Rijksrecherche in het onderzoek Goudhaantje:
2.Eigen verklaring verdachte ter terechtzitting van 1 april 2015
3.Zaaksdossier Corruptie: een geschrift, te weten een kennisgeving van storting, blz. 435; eigen verklaring verdachte ter terechtzitting van 1 april 2015, proces-verbaal van verhoor [getuige 4] , opgemaakt en ondertekend door de rechter-commissaris op 2 december 2014, punt 29, proces-verbaal van verhoor [getuige 3] , opgemaakt en ondertekend door de rechter-commissaris op 8 december 2014, punt 7.
4.Zaaksdossier Corruptie: een geschrift, te weten een account opening form, blz. 513-514 en 518, proces-verbaal van bevindingen, blz. 510-511.
5.Zaaksdossier Corruptie: Proces-verbaal van verhoor [getuige 1] , blz. 194, 197 en 198.
6.Goudhaantje, zaaksdossier Corruptie: Proces-verbaal van verhoor [getuige 2] , blz. 1088.
7.Eigen verklaring van verdachte ter terechtzitting van 1 april 2015, proces-verbaal van verhoor [getuige 4] , opgemaakt en vastgesteld door de rechter-commissaris op 2 december 2015, punt 29; Zaaksdossier Corruptie, een geschrift, te weten een brief, blz. 434.
8.Eigen verklaring van verdachte ter terechtzitting van 1 april 2015.
9.Eigen verklaring van verdachte ter terechtzitting van 1 april 2015.