ECLI:NL:RBDHA:2015:4735
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen VAR-loon uit dienstbetrekking wegens gebrek aan belang
Eiseres, werkzaam in de thuiszorg en ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, verzocht verweerder om een VAR-Winst uit onderneming (VAR-WUO) voor 2014. Verweerder gaf echter een VAR-loon uit dienstbetrekking af, wat eiseres aanvocht met beroep na handhaving van de beschikking op bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk was omdat eiseres geen actueel belang meer had bij de procedure. De VAR had betrekking op het jaar 2014, dat inmiddels was verstreken, en eiseres had geen verzoek tot schadevergoeding ingediend ondanks haar overwegingen daartoe.
De rechtbank verwierp het standpunt van eiseres dat zij als zelfstandig ondernemer werkzaam was en dat zij op basis van een overeenkomst van opdracht handelde. Het beroep werd daarom niet inhoudelijk behandeld. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
De uitspraak werd gedaan door rechter R.C.H.M. Lips op 17 april 2015. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.