Uitspraak
[naam persoon],
de minister van Buitenlandse Zaken,
Beslissing
Motivering
1 mei 2015.
Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, bepaalt zij dat verweerder aan verzoekster het door haar betaalde griffierecht vergoedt.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft een aanvraag voor een visum kort verblijf ingediend om het huwelijk van een familielid bij te wonen, maar deze aanvraag werd afgewezen. Na bezwaar en beroep verzoekt zij om een voorlopige voorziening om het visum toch te verkrijgen.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het huwelijksfeest op 16 mei 2015 zal plaatsvinden en dat verzoekster spoedeisend belang heeft bij het visum. Hoewel verweerder twijfelt aan het reisdoel vanwege een afgewezen mvv-aanvraag en vermeende onvoldoende binding met het land van herkomst, is dit onvoldoende gemotiveerd. Verzoekster heeft in het verleden meerdere keren met toestemming Nederland bezocht en steeds tijdig verlaten, wat haar betrouwbaarheid aantoont.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de eerdere positieve beslissingen op visumaanvragen en de huidige omstandigheden een redelijke kans van slagen van het beroep rechtvaardigen. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en wordt verweerder opgedragen verzoekster als visumhouder te behandelen voor 90 dagen vanaf 1 mei 2015. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en verzoekster wordt behandeld als visumhouder kort verblijf voor 90 dagen vanaf 1 mei 2015.