Uitspraak
Voorlopige maatregel ex artikel 29 Wet Pro op de economische delicten
[verdachte],
De terechtzitting
Overwegingen
Beslissing.
onderbewindstelling van de ondernemingvan
[verdachte]voornoemd, en benoemt tot bewindvoerder:
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde de zaak tegen verdachte, geboren in 1971, die werd verdacht van meervoudige opzettelijke overtredingen van voorschriften uit de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. De terechtzittingen vonden plaats op 18 november 2014, 6 januari 2015 en 14 april 2015, waarbij verdachte werd bijgestaan door zijn raadsman.
Uit het vonnis blijkt dat de verboden toestand voortduurt en dat verdachte, ondanks ruime mogelijkheden, nalatig is gebleven om hieraan vrijwillig een einde te maken. Gezien de ernst van de bezwaren en de belangen die door het overtreden voorschrift worden beschermd, acht de rechtbank een onmiddellijk ingrijpen noodzakelijk.
Daarom beveelt de rechtbank als voorlopige maatregel de onderbewindstelling van de onderneming van verdachte, waarin het economische delict vermoedelijk is gepleegd. Tevens wordt een bewindvoerder benoemd met een vergoeding vastgesteld op maximaal € 4.458,85. De beslissing is genomen op 28 april 2015 door de meervoudige economische kamer van de rechtbank Den Haag.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de voorlopige onderbewindstelling van de onderneming van verdachte wegens meervoudige opzettelijke overtredingen van dierenwelzijnsvoorschriften.