ECLI:NL:RBDHA:2015:5619
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zelfstandigheid arbeidsrelatie bij tomatenteelt en afwijzing VAR-WUO
Eiser heeft een Verklaring arbeidsrelatie (VAR) winst uit onderneming (WUO) aangevraagd voor werkzaamheden in de agrarische sector, specifiek het dieven en draaien van tomaten. Na een bedrijfsbezoek heeft de Belastingdienst de aanvankelijk afgegeven VAR-WUO herzien in een VAR-Loon, waartegen eiser bezwaar maakte. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij als zelfstandig ondernemer werkt.
De rechtbank stelt vast dat eiser door zijn opdrachtgevers gedetailleerde verplichtingen opgelegd krijgt, waardoor hij nauwelijks vrijheid heeft in de uitvoering van zijn werkzaamheden. Zo moet hij het aantal plantjes binnen een week dieven en draaien, mag hij geen gebruikte kleding dragen, moet hij materialen van de opdrachtgever gebruiken en draagt hij geen ondernemersrisico. Ook investeringen in bedrijfsmiddelen ontbreken.
Verder acht de rechtbank de stelling van eiser dat hij zonder bemoeienis vervangen kan worden onvoldoende onderbouwd, mede vanwege strenge veiligheidseisen. De arbeidsrelatie vertoont kenmerken van een dienstbetrekking, met een gezagsverhouding en verplichtingen aan beide zijden. Daarom is de VAR-Loon terecht afgegeven en wordt het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de VAR-Loon vanwege het ontbreken van zelfstandigheid en ondernemersrisico.