ECLI:NL:RBDHA:2015:5726
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek kantonrechter wegens onvoldoende aanwijzing vooringenomenheid
In deze zaak diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen kantonrechter A.J. Japenga naar aanleiding van een comparitie in een huurgeschil. Verzoeker stelde dat de kantonrechter onvoldoende gelegenheid bood om zijn standpunten te presenteren, processtukken niet in het dossier opnam, en eenzijdige betrokkenheid toonde door na afloop van de zitting alleen met de wederpartij 'social talk' te voeren.
De kantonrechter ontkende de beschuldigingen en stelde dat zij haar bevoegdheden procesmatig correct had uitgeoefend, dat hoor en wederhoor waren toegepast en dat de 'social talk' geen aanleiding gaf tot twijfel aan haar onpartijdigheid. De wrakingskamer overwoog dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat alleen uitzonderlijke omstandigheden tot wraking kunnen leiden.
De wrakingskamer concludeerde dat de aangevoerde feiten en omstandigheden onvoldoende zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid bevatten. Procesbeslissingen zijn in beginsel geen wrakingsgrond tenzij onbegrijpelijk en zwaarwegend. De enkele 'social talk' met één partij was niet voldoende om de schijn van partijdigheid te wekken.
Daarom wees de wrakingskamer het verzoek af en bepaalde dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand van het wrakingsverzoek. De beslissing werd openbaar uitgesproken op 18 mei 2015 door drie rechters van de wrakingskamer.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is afgewezen wegens onvoldoende aanwijzingen voor vooringenomenheid.