ECLI:NL:RBDHA:2015:6690
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Uitstel van uitzetting op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet kan niet met terugwerkende kracht worden verleend
Eiseres, van Armeense nationaliteit, had een uitstel van uitzetting gekregen op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege haar opname bij een GGz-instelling. Dit uitstel liep van 3 november 2014 tot 3 mei 2015. Eiseres stelde dat het uitstel met terugwerkende kracht verleend had moeten worden, omdat anders een verblijfsgat zou ontstaan en zij geen verblijfsrechten kon opbouwen.
De rechtbank overweegt dat artikel 64 Vw Pro uitsluitend op de toekomst is gericht en dat een besluit tot uitstel van uitzetting geen terugwerkende kracht kan hebben. Dit volgt uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het feit dat hierdoor geen rechtmatig verblijf ontstaat, verandert hier niets aan omdat artikel 64 Vw Pro niet bedoeld is om een verblijfsvergunning te verlenen, maar alleen om uitzetting op te schorten.
Eiseres voerde ook aan dat zij ten onrechte niet in bezwaar is gehoord. De rechtbank oordeelt dat het bezwaar kennelijk ongegrond was en dat toepassing van artikel 7:3 Awb Pro om af te zien van het horen van eiseres gerechtvaardigd was.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot uitstel van uitzetting zonder terugwerkende kracht is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.