ECLI:NL:RVS:2008:BG9491
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over toepassing artikel 64 Vreemdelingenwet wegens ontbreken terugwerkende kracht
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Dordrecht, waarbij het besluit van 31 maart 2006 werd vernietigd. De vreemdeling had bezwaar gemaakt tegen het uitblijven van een beslissing op zijn aanvraag om toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank had geoordeeld dat de staatssecretaris niet had beslist op het bezwaar van 16 maart 2005 over het niet tijdig nemen van een besluit. De staatssecretaris stelde dat artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 niet met terugwerkende kracht kan worden toegepast en dat het besluit voldoende was gemotiveerd.
De Raad van State oordeelde dat artikel 64 uitsluitend Pro op de toekomst gericht is en geen terugwerkende kracht toekomt. Tevens werd bevestigd dat de staatssecretaris ten onrechte niet had beslist op het bezwaar. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het besluit van 31 maart 2006 vernietigd voor zover het niet besliste op het bezwaar, en het beroep van de vreemdeling voor het overige ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 17 december 2008.
Uitkomst: Het besluit van 31 maart 2006 wordt vernietigd voor zover niet is beslist op het bezwaar tegen het niet tijdig nemen van een besluit, en het beroep van de vreemdeling wordt voor het overige ongegrond verklaard.