Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], van Turkse nationaliteit, eiser,
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,
Procesverloop
.Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Turkse nationaliteit, kreeg in 2010 een verblijfsvergunning asiel vanwege vrees voor bloedwraak bij terugkeer naar Turkije. In 2014 trok de staatssecretaris deze vergunning met terugwerkende kracht in, omdat eiser vrijwillig naar Turkije was teruggekeerd, wat de grond voor bescherming deed vervallen. Eiser stelde beroep in, maar dit was na de wettelijke termijn.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het besluit correct bekend had gemaakt en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij niet tijdig kon reageren. Hoewel eiser stelde dat hij geen vaste woonplaats had en niet op de hoogte was van het besluit, vond de rechtbank dit onvoldoende om de termijnoverschrijding te verontschuldigen.
De rechtbank onderzocht ook of bijzondere omstandigheden, zoals het arrest Bahaddar, toepassing konden vinden vanwege de erkende risico’s bij terugkeer. Uit het dossier bleek echter dat eiser meerdere keren vrijwillig naar Turkije was teruggekeerd, zonder voldoende dringende reden, en dat hij niet aannemelijk had gemaakt dat bij uitzetting een schending van artikel 3 EVRM Pro zou plaatsvinden.
Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare omstandigheden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare omstandigheden.