ECLI:NL:RVS:2014:2483
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onjuiste beoordeling bekeerling asielaanvraag door voorzieningenrechter
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 3 januari 2013 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarbij werd vastgesteld dat de vreemdeling zich had bekeerd tot het christendom en bijzondere omstandigheden golden.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en klaagde dat de voorzieningenrechter ten onrechte zelf oordeelde over de geloofwaardigheid van de bekering zonder het standpunt van de staatssecretaris mee te wegen. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dat de voorzieningenrechter de beoordeling niet op juiste wijze had verricht, omdat hij het standpunt van de staatssecretaris niet had betrokken.
De Afdeling stelde vast dat het besluit van 3 januari 2013 van gelijke strekking was als het eerdere afwijzende besluit van 20 september 2011 en dat geen nieuwe feiten of relevante wetswijzigingen waren aangevoerd. De zaak werd daarom terugverwezen naar de rechtbank voor een juiste beoordeling met inachtneming van de juiste procedure.
De Afdeling stelde tevens de proceskosten in hoger beroep vast op €487 en bepaalde dat de rechtbank beslist over de vergoeding van deze kosten. De uitspraak van de voorzieningenrechter werd vernietigd en het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank.