ECLI:NL:RBDHA:2015:7108
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluitingsbevel horeca-inrichting wegens handel in drugs
De burgemeester van een gemeente heeft op 12 mei 2015 besloten om de horeca-inrichting van verzoeker voor 26 weken te sluiten wegens het aantreffen van handelshoeveelheden hasj en hennep in het pand. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Tijdens het onderzoek bleek dat in het pand, inclusief de bovenwoning die via het café toegankelijk was, aanzienlijke hoeveelheden drugs werden aangetroffen, waaronder een blok hasj van 17,8 gram, wat de toegestane gebruikershoeveelheid ruimschoots overschrijdt. Verzoeker voerde aan dat de bovenwoning een zelfstandige woonruimte is en dat de drugs voor eigen medisch gebruik van een bewoner waren.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de bovenwoning feitelijk onderdeel uitmaakt van de inrichting en dat de hoeveelheid drugs wijst op handel. Het verweer van verzoeker werd niet gevolgd. De sluiting is gebaseerd op het geldende gemeentelijke beleid en wordt niet onredelijk geacht. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het sluitingsbesluit van de horeca-inrichting wordt afgewezen.