ECLI:NL:RVS:2014:2871
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit CBR tot oplegging educatieve maatregel gedrag en verkeer
Het CBR legde appellant op 6 juni 2013 een educatieve maatregel gedrag en verkeer (EMG) op vanwege vermoedens dat hij niet langer beschikte over de vereiste rijvaardigheid. Dit besluit volgde op een melding van de politie over gevaarlijk rijgedrag van appellant op 15 mei 2013, waaronder hoge snelheid en gevaarlijke inhaalmanoeuvres.
Appellant stelde dat hij niet de bestuurder was en dat het CBR onvoldoende bewijs had geleverd. Hij voerde aan dat het proces-verbaal onvolledig was en dat het CBR geen eigen onderzoek had gedaan. Ook overhandigde hij verklaringen van derden die de bestuurder anders aanwezen.
De voorzieningenrechter en de Raad van State oordeelden dat het CBR terecht uitging van het proces-verbaal, dat op ambtseed was opgesteld en waarin appellant als bestuurder werd herkend. De aanvullende verklaringen van appellant en derden boden onvoldoende grond om aan de juistheid van het proces-verbaal te twijfelen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit van het CBR tot oplegging van een educatieve maatregel gedrag en verkeer aan appellant.