Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- de vonnissen in het eerdere incident van 14 mei 2014, 30 juli 2014 en 8 oktober 2014 en de daarin genoemde stukken;
- de conclusie van antwoord in het incident tot het treffen van een provisionele voorziening tevens houdende conclusie van antwoord in conventie tevens houdende conclusie van eis in reconventie van 17 december 2014, met producties 1 tot en met 225;
- de akte houdende vermindering en correctie van eis en overlegging producties van eisers, met producties 199 tot en met 201 (waaronder een proceskostenoverzicht);
- de akte houdende overlegging van producties van gedaagden van 16 maart 2015, met producties 226 en 227a tot en met 227c;
- de akte houdende specificatie proceskosten in het incident ex artikel 1019h Rv van Spirits International en Spirits Product van 16 maart 2015;
- het pleidooi in het incident tot het treffen van een voorlopige voorziening van 16 maart 2015;
- de pleitnota van eisers;
- de pleitnota van Spirits International en Spirits Product.
2.De vorderingen in de hoofdzaak in conventie
3.Het geschil in het incident
4.De beoordeling
Prolongation” staat, terwijl na het uitbrengen van de dagvaarding nadere verlengingen hebben plaatsgevonden. Spirits International en Spirits Product hebben dat niet gemotiveerd weersproken, zodat van de juistheid van deze toelichting wordt uitgegaan. Eisers hebben de betreffende P-aanduidingen in hun vorderingen aangepast, in die zin dat de “P”-vermeldingen zijn verwijderd. De rechtbank houdt het er daarom voor dat geen verbod wordt gevorderd ten aanzien van merken waarvan een incorrect registratienummer is vermeld. In ieder geval is voor gedaagden duidelijk op welke Zwitserse merken de vorderingen zien.