Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
FKP SOJUZPLODOIMPORT,
1.De procedure
- de dagvaarding van 20 november 2012 tevens inhoudende een vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening voor de duur van de procedure;
- de akte overlegging producties van FKP van 5 juni 2013 met producties genummerd 1 tot en met 198;
- de tussenvonnissen in het bevoegdheidsincident van 14 mei
- de conclusie van antwoord in het incident ex art. 223 Rv Pro tevens houdende conclusie van antwoord in conventie en conclusie van eis in reconventie van 17 november 2014, met producties 1 tot en met 225;
- het tussenvonnis in het incident tot het treffen van een provisionele maatregel van 1 juli 2015
- de conclusie van repliek in conventie tevens conclusie van antwoord in reconventie van 20 mei 2015, met producties 202 tot en met 239;
- de conclusie van dupliek in conventie tevens conclusie van repliek in reconventie van 12 augustus 2015, met producties 226 tot en met 249;
- de conclusie van dupliek in reconventie van 23 september 2015;
- de akte houdende overlegging aanvullende producties en aanvulling gronden van FKP van 10 juni 2016, met producties 240 tot en met 261;
- de akte houdende overlegging producties van Spirits cs van 10 juni 2016, met producties 250 tot en met 281;
- de aanvullende kostenstaat van FKP van 9 juni 2016.
StolIchnaya(nr. 38388),
MoskovSkaya(nr. 38327) en SPI (nr. 34475). Deze merken worden hierna ook tezamen aangeduid als: ‘de Russische merken’.
Stoligedeponeerd in de Verenigde Staten van Amerika.
Joint Decision of the Sojuzplodoimport labour collective and the State Commission of the USSR Council of Ministers and food supply” (hierna: ‘het gezamenlijk besluit van 20 september 1990’). Dit document luidt – voor zover hier van belang – als volgt:
To transform the all-Union independent economic association Sojuzplodoimport into the independent economic joint-stock company Sojuzplodoimport.”
There is no objection in principle to such reorganization”]
On enterprises and entrepreneurship”en RSFSR resolutie nr. 1104 van 25 april 1991, “
On measures for preparation of state and municipal property privatization processes on RSFSR territory”.
annuled”in de Engelse vertaling) omdat deze merken geen onderscheidend vermogen zouden hebben vanwege het gebruik ervan door tientallen distilleerderijen.
by Constitutive Conference of (VAO)”. Artikel 2 van Pro de Statuten bepaalt:
VAO) is a legal successor of (VVO)”
Application for creation of Foreign Economic Joint-Stock Company of closed type “Sojuzplodoimport” (VAO Sojuzplodoimport)”die voor zover van belang als volgt luidt:
Application for creation of Foreign Economic Joint-Stock Company of closed type “Sojuzplodoimport” (VAO Sojuzplodoimport)”ingediend bij de Registratiekamer te Moskou. Deze is identiek aan de registratieaanvraag van 26 december 1991, met dien verstande dat er minder oprichters/aandeelhouders worden genoemd. VVO wordt weer als eerste genoemd in de opsomming van oprichters/ aandeelhouders.
temporary registration certificate”,nr. 7600, afgegeven dat vermeldt:
Stolichnaya.
Russkayaaan PepsiCo verkocht en overgedragen.
Stolichnayaen
Moskovskaya.
(VVO) (…) shall be excluded from the shareholding structure of (VAO)”
Application for registration of Foreign Economic Joint Stock Company Sojuzpoldoimport (VAO Sojuzplodoimport) (Wording/Redraft No 2”)van 2 juli 1993 vermeldt onder meer:
Stolichnayaingediend in Cyprus.
Check the legality of incorporation in January 1992 mainly on the basis of state property of the USSR and RSFSR of closed joint stock company “Sojuzplodoimport”.
I ask you urgently to take measures to restore and protect the state’s rights of intellectual
based on the right of economic conducting and further is called the Federal State Unitary Enterprize “Sojuzplodoimport”. The Federal State Unitary Enterprize “Sojuzplodoimport” is under the powers of the Administration of organisations of the federal property.”
The intellectual property included trademarks for alcoholic and other products which had been registered by (VVO) during the period 1969-1990 on the territory of the USSR and abroad.
an Arbitrazh court”]
persuant with the laws of the Russian Federation and other legal acts”
3.Het geschil
in conventie– na wijziging van eis – samengevat dat bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis:
primairSpirits International wordt bevolen alle noodzakelijke handelingen te (doen) verrichten om de merkregistraties voor SPI, Stolichnaya en Moskovskaya binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis op naam te doen stellen van, althans over te dragen aan, FKP, met de bepaling dat het vonnis onder toepassing van artikel 3:300 BW Pro (zo nodig) in de plaats treedt van het schriftelijke verzoek van Spirits International aan de merkenbureaus van de betrokken landen om de tenaamstelling te wijzigen;
primairSpirits Product wordt bevolen alle noodzakelijke handelingen te (doen) verrichten om de merkregistraties voor SPI, Stolichnaya en Moskovskaya binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis op naam te doen stellen van, althans over te dragen aan, FKP, met de bepaling dat het vonnis onder toepassing van artikel 3:300 BW Pro (zo nodig) in de plaats treedt van het schriftelijke verzoek van Spirits Product aan de merkenbureaus van de betrokken landen om de tenaamstelling te wijzigen;
in conventieen vorderen
in voorwaardelijke reconventie– voor zover in conventie wordt geoordeeld dat FKP cs vorderingsgerechtigd zijn en de vorderingen ter zake de gestelde gebreken in de privatisering van de VVO tot VAO niet zijn verjaard – dat:
in conventie en in (voorwaardelijke) reconventie) van FKP cs tot vergoeding van de proceskosten van Spirits cs op grond van artikel 1019h Rv.
in (voorwaardelijke) reconventie.
4.De beoordeling
Het ter beschikking van Staatsorganismen gestelde Staatsvermogen bevindt zich onder het operatief beheer van die organismen. Ze oefenen het recht uit om die zaakte bezitten, ervan te genieten, erover te beschikken binnen de bij de wet gestelde perken, overeenkomstig de oogmerken van hun activiteit, de bij planning voorziene taken en de bestemming van de zaak.”
op 22 februari 2001 is de (FGUP) opgericht.”Deze verwijzing kan hen niet baten, nu het gerechtshof in het hoger beroep tegen dit vonnis heeft overwogen (onder 4.1)
Behoudens voor zover daarvan in de hierna volgende feitenvaststelling wordt afgeweken, gaat het hof derhalve uit van de feiten zoals door de rechtbank vastgesteld in rechtsoverweging 1.1 tot en met 1.51 van het bestreden vonnis, alsmede van hetgeen in hoger beroep als niet (voldoende) betwist als vaststaand dient te worden beschouwd zoals weergegeven in de hierna volgende feitenvaststelling.”
Aangenomen moet dus worden dat VVO in 2001 werd omgedoopt tot FGUP; vgl. ook rechtsoverweging 26 van het arrest van het EHRM van 7 juni 2007.”
smacks heavily of improper influence by higher agencies of the Russian government”. Verder voeren zij aan dat uit de inschrijving in het Unified State Register of Juridical Persons blijkt dat FGUP is opgericht als nieuwe rechtspersoon en geen rechtsopvolger van VVO is, aangezien de vraag hoe FGUP is ontstaan is beantwoord met “
creation” (oprichting), waar bij omzetting “
reorganization” vermeld had moeten worden.
A unitary enterprise is a commercial organisation which has not been granted the right of ownership of the property assigned to it by the owner.”Artikel 2 van Pro de in 2002 ingevoerde Wet op de Staatsondememingen, die de materie uitgebreider regelt, herhaalt dit en bepaalt: “
The property of a unitary enterprise is ownership of the Russian Federation (...) On behalf of the Russian Federation, the rights of the owner of the property of a unitary enterprise are exercised the bodies of state power of the Russian Federation (...) within the competence established by the acts that determine the status of said bodies (...).”
waaruit blijkt dat FKP de vermeende eigenares zou zijn geworden van de merken”. Dit is een onvoldoende gemotiveerde betwisting van de stelling van FKP dat de Russische Federatie de merken heeft teruggenomen van FGUP en vervolgens heeft toegewezen aan FKP, waarbij – zoals hiervoor is overwogen – de eigendom van de merken bij de Russische Federatie bleef berusten, aangezien FKP als staatsonderneming geen eigenaar kan zijn van het haar toegewezen staatseigendom.
Property held in State ownership are assigned to state enterprises and institutions for possession, use and disposition in accordance with the present code (articles 294 en 296).” De laatstgenoemde artikelen bepalen – voor zover van belang –: “
A (treasury) enterprise[‘schatkistonderneming’, te weten een FKP, toevoeging rechtbank]
(...) with regard to the property granted to them exercises the rights of possession, use and disposition of such property within the limits established by the law and in accordance with the purposes of their activitities, the tasks assigned to them by the owner and the designated purpose of the property”
operative management) voert over het aan haar toegewezen staatseigendom, bevoegd is op eigen naam op te treden met betrekking tot de merken. Dat blijkt ook uit haar statuten, die – anders dan Spirits ProCy betogen – geen territoriale beperking bevatten: dit volgt niet uit het door hen aangehaalde artikel 8 van Pro de Statuten van FKP. De daarin genoemde bevoegdheid om in rechte op te treden is niet beperkt tot de door Spirits ProCy in dit verband genoemde “
Arbitrazh Courts”, maar is algemeen geformuleerd, met deze gerechten als voorbeeld. Ook overigens is er geen enkele grond om daar waar de merken over de hele wereld – zonder geldige transformatie en zonder verkrijging te goeder trouw van ZAO en Spirits International – Russisch staatseigendom zijn en het beheer van merkrechten bij uitstek bestaat uit handhaving daarvan – onder meer door in rechte op te treden – te veronderstellen dat FKP in dit opzicht over een (zeer) beperkte territoriale bevoegdheid zou beschikken.
eigendomvan de merken aan haar wordt overgedragen en om te vorderen dat de merken aan haar toebehoren, in de zin dat daarmee zou worden vastgesteld dat zij eigenaar van de merken is. De daarop betrekking hebbende onderdelen van vordering I en II moeten worden afgewezen.
Union of the Soviet Socialist Republics Law on property in the USSR”) en is verder uitgewerkt in de resolutie van de USSR-raad van ministers nr. 590 d.d. 19 juni 1990 (“
On validation of regulations on joint-stock companies and limited liability companies and of regulation on securities” –hierna resolutie nr. 590). Volgens het USSR-recht dienden de volgende stappen te worden doorlopen om een staatsonderneming te transformeren in een private onderneming:
veronderstellingdat relevante documenten in beslag zijn genomen, zonder concreet aan te duiden om welke documenten het zou kunnen gaan: “
Given the comprehensive nature of removal of documents from the premises of (ZAO) one should assume that the crucial documents relating to the transformation (...) have been taken.”Deze enkele, niet nader geconcretiseerde veronderstelling is onvoldoende om in algemene zin te kunnen concluderen dat Spirits ProCy in bewijsnood verkeren en daar enige consequentie aan te verbinden bij de vaststelling van de relevante feiten en omstandigheden. Dit geldt temeer daar het gaat om beslagen bij ZAO, niet VZAO, terwijl moet worden aangenomen dat VAO (later VZAO) in 1992 bij het overnemen van de activiteiten van de VVO ook de administratie van VVO zal hebben overgenomen met daarin alle relevante stukken over de gestelde transformatie.
- a) de registratieaanvraag;
- b) notarieel gelegaliseerde afschriften van de oprichtingsdocumenten;
- c) een afschrift van het gezamenlijk besluit van het arbeiderscollectief en het bevoegde Staatsorgaan.
kanleiden tot de conclusie dat alle vereiste stappen van de USSR-transformatieprocedure zijn doorlopen. Dit reeds staat eraan in de weg dat de rechtbank op grond van de registratie door de Registratiekamer als vaststaand aanneemt dat VVO volgens het USSR-recht is getransformeerd naar VAO.
de factoeen door de RSFSR gecontroleerd bedrijf bleef, omdat de resterende aandelen, naast de 30% van het arbeiderscollectief, in bezit waren van andere staatsbedrijven. Dit aandeelhouderschap van deze andere staatsbedrijven zegt echter niets over het al dan niet juist en volledig doorlopen van het transformatieproces volgens het USSR-recht. Integendeel, het feit dat VVO één van de aandeelhouders van VAO was, wijst veeleer erop dat geen geldige transformatie heeft plaatsgehad.
aanvraagmaar de
registratiedoor de Registratiekamer is een constitutief vereiste. Voor zover dit standpunt impliceert dat het USSR-recht na de val van de USSR van toepassing bleef op transformaties van staatsondernemingen die op 25 december 1991 nog niet waren afgerond, kan het ook niet slagen, nu gesteld noch gebleken is van eerbiedigende werking van de relevante bepalingen van USSR-recht. Integendeel, de RSFSR heeft al voor het verdwijnen van de USSR de suprematie van haar grondwet en haar recht afgekondigd voor zijn grondgebied en de privatisering van staatseigendom gereguleerd, onder meer in de RSFSR privatiseringswet van 1 juli 1991.
merely a notational convenience – a method to list shares that had been reserved for a company that would hold their shares”. Dit verweer is echter innerlijk tegenstrijdig. Als een parkeerplaats nodig was voor de aandelen in VAO, kon de volgens Spirits ProCy van VVO in VAO getransformeerde rechtspersoon niet die ‘parkeerplaats’ vormen. Dan zou zij immers de aandelen in zichzelf houden.
“This sequence of events clearly indicates that TOO Implodreplaced[onderstreping rechtbank]
“VVO Sojuzplodoimport” in the list of shareholders.”Dat VVO later ‘op papier’ als aandeelhouder van VAO is vervangen door TOO Implod doet niet af aan het gegeven dat zij die hoedanigheid ruim een jaar heeft gehad. Dat geldt ook als een en ander met terugwerkende kracht zou zijn aangepast.
de verkoop van verduisterde/gestolen goederen (...) evident in strijd (is) met de goede zeden en/of de openbare orde in de zin van art. 3:40 lid 1 BW Pro.”en wijst erop dat Spirits International wist dat ZAO de merken niet rechtsgeldig had verkregen.
lex loci protectionis). Met die aanknoping wordt allereerst aansluiting gezocht bij de aanknoping voor zakelijke rechten (waarin volgens Nederlands IPR de
lex rei sitaevan toepassing is). Deze aanknoping lijkt voorts de heersende leer te zijn in de literatuur [15] en is tot uitgangspunt genomen in de artikelen 3:102 en 3:301 van de (niet bindende) Principles on Conflict of Laws in Intellectual Property (CLIP). Bovendien wordt die aanknoping ook in andere Europese rechtsstelsels toegepast, zo blijkt uit die literatuur, wat leidt tot internationale uniformiteit. Dit beginsel is ook toegepast door het Hof Den Haag in de Rotterdamse procedure (zie r.o. 8.1 van het arrest). Of Spirits International de merken te goeder trouw verkregen heeft, zal de rechtbank dus beoordelen naar Deens recht (merken a tot en met c), Frans recht (merken d en e), Iers recht (merken f en g), Italiaans recht (merken h en i), Noors recht (merken j en k), Spaans recht (merk l), Portugees recht (merken m en n), Zweeds recht (merken o en p), Zwitsers recht (merken q en r), het recht van het Verenigd Koninkrijk (merken s tot en met v), Cypriotisch recht (merk w), Pools recht (merk x) en Tsjechisch recht (merk y).
lex loci protectionisinefficiënt is, omdat daarmee een bundel van rechten ieder op verschillende wijze beoordeeld zal worden. In een situatie als de onderhavige, waarin sprake is van overdrachten van merken voor verschillende territoria, kan dat ertoe leiden dat sommige overdrachten wel geldig zijn en andere niet. Dat argument overtuigt de rechtbank niet. Daar staat immers tegenover, dat bij de door FKP voorgestane aanknoping aan het recht dat van toepassing is op de overeenkomst van overdracht, bij opvolgende overdrachten op ieder daarvan een ander rechtsstelsel van toepassing zou kunnen zijn. In dat opzicht biedt aanknoping aan de
lex loci protectionisjuist meer rechtszekerheid; het territorium van een merkrecht wijzigt immers niet. Anders dan FKP betoogt, is evenmin grond om aan te knopen bij Nederlands recht vanwege nauwe verbondenheid met Nederland. Voor zover een nauwe verbondenheid al afwijking van de
lex loci protectioniszou rechtvaardigen, is onvoldoende het enkele feit dat deze nationale merken zijn verkocht in een door Nederlands recht beheerste overeenkomst aan een in Nederland zetelende rechtspersoon naar Nederlands recht.
lex loci protectionishet juiste aanknopingspunt vormt.
due diligence.Indien partijen de opvatting huldigen dat hun standpunten over de hoogte van de kooprijzen en de merkregistraties van belang zijn naar het toepasselijk recht, dienen zij hun standpunten daarover (verder) te concretiseren.
i) het gebod om mee te werken aan wijziging van de tenaamstelling
lex loci protectionis, te weten de hiervoor onder 4.93 genoemde rechtsstelsels en niet door het door FKP voorgestane Nederlands recht of het door Spirits IntPro bepleite Russisch recht.
the registration was granted in the name of an unauthorized entity”en geeft de houder van een beter recht de bevoegdheid daartegen op te treden, door onder meer “
obtaining a judgement ordering the transfer in its own name of (…) the registration starting from the application date.”
registration in the name of a person other than de person entitled thereto”in de zin van artikel 118(3) van de Italiaanse wet op de intellectuele eigendom, aangezien een vernieuwing van een Italiaans merk (in dit verband) zou worden behandeld als een jongere registratie van hetzelfde merk.
“cosa” (“goods”in de Engelse vertaling), een term die “
is rather the general term used in civil law to indicate anything that may be subject of approriation and may provide economic value, thus both material and immaterial goods. This principle had even been strengthened by the IP code.”
action for assignment of a trade mark”geeft tegen een houder die een merk heeft toegeëigend. Het eerste lid van deze bepaling luidt (in de Engelse vertaling) als volgt: “
The plaintiff may bring an action for the assignment of the trade mark instead of a declaration of nullity of the trade mark registration if the defendant has usurped the trade mark.”
where registration has been applied for, either fraudulently with respect to the rights of another person or in violation of a statutory or contractual obligation, any person who believes he has a right in the mark may claim ownership by legal proceedings. (…)”
Any act whatever of man, which causes damage to another, obliges the one by whose fault it occured, to compensate it.”
per se.Onder verwijzing naar jurisprudentie – onder meer een vonnis van de rechtbank te Parijs van 28 juni 2006 dat betrekking had op de inschrijving van een domeinnaam – wordt in deze legal opinion betoogd dat, bij gebreke van een andere specifieke juridische grondslag, overdracht kan worden gevorderd krachtens artikel 1382 (oud)/artikel 1240 (nieuw) van het Frans Burgerlijk Wetboek.
all goods are in theory susceptible to be revindicate(d)”.
Anyone who can prove that he is entitled to a trademark in an application filed by
If an appellant requests that the registration of a trademark be transferred to him, the Norwegian Industrial Property Office shall transfer the registration if the right to the trademark is substantiated.”
The receiver does not win title pursuant to section 1 if the object is or must be anticipated to be deprived from the owner or somebody who possesses the object on his behalf, by theft, unlawful use, robbery or other assault or threats of violence.” Artikel 1 waarnaar Pro wordt verwezen regelt verkrijging te goeder trouw van een ‘
tangible object’.FKP grondt dit onderdeel van de primaire vordering I op de algemene ongeschreven regel van Noors vermogensrecht dat niemand meer rechten kan overdragen dan hij zelf heeft. FKP stelt dat deze regel geldt voor de Noorse merken. Zij verwijst naar de door haar overgelegde legal opinion over Noors recht.
When a buyer purchases stolen goods, and the owner of said goods claims ownership, the buyer must prove, that he bought the goods in good faith and swear an oath that he is neither thief nor an accomplish, and that he did not know, who his seller was. Regardless of good faith, ownership is recovered by the owner. (…)”.
It is thus the normal starting point in Danish property law that the legitimate owner may reclaim goods or entitlement form the possessor (know as “vindication”) and that an assignee will not obtain a better right than the assignor had.”Uiteengezet wordt dat dit beginsel geldt voor ‘
goods’als bedoeld in artikel 6-17-5 uit de Deense wet van Koning Chistian V uit 1683 en voor schulden en vorderingen in de (in de Engelse vertaling) Debt Intstruments Act. In deze legal opinion staat dat deze algemene uitgangspunten ook gelden voor overeenkomsten met betrekking tot merken. Gewezen wordt op literatuur waarin wordt onderschreven dat deze ongeschreven rechtsregel ook kan worden toegepast ten aanzien van merken. De legal opinion geeft aan dat dit voor zover bekend in rechte nooit aan de orde is geweest ten aanzien van merken. Wel is dit algemene rechtsbeginsel in het intellectuele eigendomsrecht, ten aanzien van domeinnamen, door de ‘Danish Domain Name Panel’ toegepast in de in de legal opinion vermelde zaken.
het beginsel dat de eigenaar het recht heeft zijn eigendom op te vorderen van degene die het onrechtmatig in zijn bezit heeft, is zo vanzelfsprekend naar Zweeds recht, dat dit niet wettelijk is vastgelegd.”en wijst erop dat dit beginsel in de door haar genoemde Zweedse literatuur [29] en jurisprudentie regelmatig terugkeert. Onder verwijzing naar de door haar in het geding gebrachte legal opinion [30] en de daarin aangehaalde literatuur, stelt FKP voorts dat dit algemene rechtsbeginsel ook geldt voor merken.
Despite the lack of explicit provisions in the Trade Mark Act regarding the possibility to have a claim to a previous right tried, the question of a previous right to a trademark may be tried in court in the form of a declaratory action (section 44 in the Trade Mark Act). The plaintiff in case may, if the court consents to the claim, on the basis of the judgment request that the Patent- and Trademark Office make an entry in the trademark register that the plaintiff is the owner of a trademark.”
sui generisbeginsel van “
in personam actie”in de zin van artikel 1964 van Pro het Spaanse Burgerlijk Wetboek. Zij verwijst naar het arrest van de Spaanse Hoge Raad van 30 december 2010 in de Havana Club zaak [33] . In dit arrest ging het om vorderingen die – samengevat – strekten tot het in overeenstemming brengen van de registratie van rechtsgeldig gedeponeerde Spaanse merken (in dat geval het merk Havana Club voor Cubaanse rum), die op naam van derden waren gezet. De Spaanse Hoge Raad overwoog dat het door Spirits International genoemde artikel 2.2 van de Spaanse Merkenwet geen remedie gaf voor een vordering ten aanzien van een geldig gedeponeerd, maar onrechtmatig in bezit genomen merk. Naar het oordeel van de Spaanse Hoge Raad moet in zo’n geval teruggevallen worden op het Spaanse gemene recht, dat een dergelijke vordering kwalificeert als een
sui generis“
in personam actie”in de zin van artikel 1964 van Pro het Spaanse Burgerlijk Wetboek. FKP verwijst ter onderbouwing van haar standpunt voorts op een door haar in het geding gebrachte legal opinion over Spaans recht. [34]
The owner can judically demand from any possessor or holder of the thing the recognition of its property right and the consequent restitution of what belongs to him.”In het tweede lid staat (in de Engelse vertaling):
“If there is recognition of the property right, the restitution can only be refused in the cases set by law.”
in a subsidiary way, when these rules harmonise with the nature of those rights and are not contrary to the special regime established for them”.
Who is required to repair damage shall reconstruct the situation that would exist of there had been no event that requires repair.”
“Nor should we be excessively impressed by the reference made in Article 1303 of the Civil Code, when it states that the provisions set forth in this Code are subsidiarily applicable to copyright and industrial property, whenever they are in harmony with the nature of such rights and do not contradict the special regime applicable to them. Such reference is, in most cases, useless, since the cases which are not covered by the Industrial Property are quite rare, as this field has its longtime own and detailed regulation. Moreover, taking into consideration their manifest diversity in nature, the transposition of real rights’ norms and principles wil seldom be harmonized with “the nature of such rights”.
tortsgebaseerde, standpunt over de grondslag van de primaire vordering I voor de Britse, Ierse en Cypriotische merken verlaten.
by virtue of its jurisdiction in personam over Spirits, (can) order Spirits to consent to the rectification of the U.K. register.”en dat “
the second way of approaching the matter would be for the Dutch court to make a declaration that the findings of fact in relation to the Benelux marks are also applicable for the U.K. marks. The U.K. courts apply the principle of res judicata (or “issue estoppel”) to prevent a litigent from reopening a question of fact and law which had already been decided against him by another court, including a foreign court.”
in line with FKP’s Main Claim, as it requests the Court to order Spirits to “perform all required actions to arrange for the Trade Marks to be registered in the name of FKP. This would also include Spirits’ forced consent to request the Irish Trade Mark Registry to rectify the register.”
It is the general principle of Cypriot law that one’s property is protected against unlawful interference, in line with article 1 of the protocol of the European Convention on Human Rights, which is also applicable to intellectual property rights, and article 13 of the Convention which stipulates that the EU countries should ensure effective remedies to protect property.”
property right is protected by the law and only law can set the conditions of its orgination and termination”.Zij grondt haar primaire vordering II op artikel 1042 (voorheen artikel 126) van het Tsjechisch Burgerlijk Wetboek, dat een algemene revindicatiebevoegdheid toekent aan de eigenaar tegen onrechtmatige inbreuken op zijn eigendom. In de Engelse vertaling luidt deze bepaling “
The owner is entitled to seek protection against any third party that illegally interfere with his ownership”.
Trade Mark as object of Property”.FKP verwijst in dit verband naar de door haar overgelegde legal opinion [42] over Tsjechisch recht.
Anyone who through own fault causes har mto another must remedy the harm.”FKP stelt dat zij op grond van artikel 363 lid 1 van Pro het Poolse Burgerlijk Wetboek niet alleen aanspraak kan maken op schadevergoeding, maar ook op herstel van de rechtmatige toestand. Dit artikel bepaalt (in de Engelse vertaling: “
Harm must be remedied, at the choice of an aggrieved party, either by restitution of a previous status or payment of a relevant sum”.
“An owner can demand of any person who has actual control of a thing of the owner that the thing be given to the owner unless that person has a right to actually control the thing that is effective against the owner.”
ook hier probeert FKP het buitenlandse recht op te rekken”,voert zij aan. Spirits Product wijst erop dat de door haar ingeschakelde deskundige [46] te kennen heeft gegeven dat geen enkel precedent bestaat voor de door FKP bepleite toepassing van de door haar ingeroepen bepalingen op merken, die volgens Spirits Product toepassing missen in dit geval.
except where the applicant has acted in bad faith, such action claiming ownership shall be barred five years after publication of the application for registration”.
in rem, zoals eigendom, retentierecht en dergelijke, niet vallen binnen de reikwijdte van de Zweedse Algemene Verjaringswet en dat uit Zweedse rechtspraak over vorderingen die een ‘beter’ eigendomsrecht betreffen, waarvoor geen specifieke wettelijke verjaringstermijn geldt, kan worden afgeleid dat deze naar Zweeds recht niet aan verjaring onderhevig zijn.
lex causaevan de betreffende verbintenis, in dit geval de in de vordering van FKP besloten liggende verplichting van Spirits International en Spirits Product om mee te werken aan wijziging van de tenaamstelling van de merken in de
- artikel 20 (i) van de Italiaanse wet op de Intellectuele Eigendom;
- artikel 13 jo Pro 3 van de Zwitserse merkenwet;
- artikel L.713-3 van de Franse merkenwet;
- artikel 4 van Pro de Noorse merkenwet;
- artikel 4 van Pro de Deense merkenwet;
- artikel 10 hoofdstuk Pro 1 van de Zweedse merkenwet;
- artikel 34, lid 1, van de Spaanse merkenwet;
- artikel 258 van Pro de Portugese merkenwet;
- artikel 8 lid 2 van Pro de Tjechische merkenwet;
- artikel 19 van Pro de Poolse merkenwet;
- artikel 10 van Pro de Britse merkenwet;
- artikel 14 van Pro de Ierse merkenwet;
- artikel 6 van Pro de Cypriotische merkenwet.
lex causaevan de betreffende verbintenis – wijst ook naar de toepasselijkheid van het national recht van de betrokken landen ter beantwoording van de vraag of het beroep op rechtsverwerking van Spirits IntPro ten anzien van de inbreukvorderingen van FKP opgaan.
- artikel 125 van Pro de Italiaanse merkenwet;
- artikel 55 van Pro de Zwitserse merkenwet;
- artikel L.716-4 van de Franse merkenwet;
- artikel 58 van Pro de Noorse merkenwet;
- artikel 49 van Pro de Deense merkenwet,
- artikel 4 hoofdstuk Pro 8 van de Zweedse merkenwet;
- artikel 41 van Pro de Spaanse merkenwet;
- artikel 338L van de Portugese merkenwet;
- artikel 8 lid 4 van Pro de Tsjechische merkenwet;
- artikel 19 lid 2 van Pro de Poolse merkenwet;
- artikel 14 lid 2 van Pro de Engelse merkenwet;
- artikel 18 lid 2 van Pro de Ierse merkenwet.
established priciple in common law” dat Spirits Product en Spirits Cyprus ingeval van merkinbreuk door gebruik van het Cypriotische merk schadeplichtig zijn.
lex causaevan de betreffende verbintenis – wijst ook naar de toepasselijkheid van het nationale recht van de betrokken landen ter beantwoording van de vraag of het beroep op rechtsverwerking van Spirits IntPro ten aanzien van de schadevorderingen van FKP opgaat.
lex loci protectionis. Voor de VO-Beneluxmerken is dat het Beneluxrecht. Voor verkrijging te goeder trouw van een Beneluxmerk ontbreekt een uniforme Beneluxregeling. De vraag welk recht in dat geval moet worden toegepast wordt niet beantwoord door het Beneluxrecht. De rechtbank onderschrijft het door het gerechtshof in de Rotterdamse procedure gegeven oordeel dat hier, gelet op coherentie en rechtszekerheid, de regeling van artikel 16 van Pro Verordening (EG) Nr. 207/2009 (voorheen artikel 16 Verordening Pro (EG) Nr. 40/94) inzake het Gemeenschapsmerk naar analogie moet worden toegepast.
registration in the name of a person other than de person entitled thereto”in de zin van artikel 118(3) van de Italiaanse wet op de Intellectuele eigendom, aangezien een vernieuwing van een Italiaans merk (in dit verband) zou worden behandeld als een nieuwe registratie van hetzelfde merk met een nieuw registratienummer;
verjaringen – zo ja –
rechtsverwerkingen – zo ja –
rechtsverwerkingweer te geven;
rechtsverwerkingweer te geven;
rechtsverwerkingweer te geven.