ECLI:NL:RBDHA:2015:732
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op kinderbijslag eerste kwartaal 2013 wegens ontbreken rechtmatig verblijf
Eiseres, met Ivoriaanse nationaliteit, kreeg kinderbijslag toegekend voor haar kinderen tot en met het vierde kwartaal 2012. Verweerder stelde dat zij per 1 januari 2013 niet meer rechtmatig in Nederland verbleef en weigerde kinderbijslag over het eerste kwartaal 2013. Eiseres voerde aan dat zij rechtmatig verblijf ontleent aan artikel 20 VWEU Pro (Zambrano-situatie) en dat verweerder ten onrechte niet heeft getoetst aan dit recht. Tevens stelde zij dat de weigering in strijd is met discriminatieverboden en het Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind.
De rechtbank oordeelt dat verweerder het bestreden besluit onzorgvuldig heeft voorbereid door niet tijdig overleg te plegen met de IND over het verblijfsrecht op grond van artikel 20 VWEU Pro. Hierdoor is het besluit onjuist gemotiveerd en schendt het de hoorplicht. Het beroep is daarom gegrond en het besluit wordt vernietigd.
Echter, inhoudelijk is de rechtbank van oordeel dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij een rechtstreeks verblijfsrecht op grond van artikel 20 VWEU Pro heeft. De vader van de kinderen is niet uit beeld en kan mede voor de kinderen zorgen, waardoor de kinderen niet gedwongen worden de EU te verlaten. Daarom kan de weigering van kinderbijslag over het eerste kwartaal 2013 standhouden. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens onzorgvuldige voorbereiding en schending hoorplicht, maar de weigering van kinderbijslag over het eerste kwartaal 2013 wordt gehandhaafd wegens ontbreken van rechtmatig verblijf.