Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiseres],
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
De rechtbank verklaart het beroep dan ook ongegrond.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een vreemdeling van Salvadoraanse nationaliteit, werd op 10 juni 2015 de toegang tot Nederland geweigerd op Schiphol en tegelijkertijd een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd. Zij stelde beroep in tegen beide besluiten en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat zij bevoegd was om kennis te nemen van het beroep tegen de toegangsweigering, ook bij een vrijheidsbeperkende maatregel, conform de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 11 juni 2013. Verweerder had de toegang geweigerd omdat eiseres niet over voldoende bestaansmiddelen beschikte voor het voorgenomen verblijf. De rechtbank vond dit standpunt terecht en verklaarde het beroep tegen de toegangsweigering ongegrond.
Ten aanzien van de vrijheidsbeperkende maatregel stelde de rechtbank vast dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom deze maatregel was opgelegd. De belangenafweging ontbrak in het besluit en de verwijzing naar het proces-verbaal was ontoereikend. Daarom werd het beroep tegen deze maatregel gegrond verklaard en werd onmiddellijke opheffing bevolen.
Daarnaast kende de rechtbank eiseres een schadevergoeding toe van €560,- wegens onrechtmatige toepassing van de vrijheidsbeperkende maatregel en veroordeelde verweerder tot betaling van proceskosten van €980,- aan de rechtsbijstandverlener van eiseres.
Uitkomst: Beroep tegen toegangsweigering ongegrond, beroep tegen vrijheidsbeperkende maatregel gegrond met onmiddellijke opheffing en toekenning schadevergoeding.