ECLI:NL:RVS:2013:CA3600
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Toegangsweigering en vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling niet onrechtmatig verklaard
De vreemdeling werd op 10 februari 2013 de toegang tot Nederland geweigerd op grond van de Schengengrenscode en kreeg op 12 februari 2013 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. De voorzieningenrechter wees een voorlopige voorziening af en verklaarde het beroep tegen de maatregel ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank het recht op een doeltreffende voorziening in rechte had geschonden door niet gelijktijdig het beroep tegen de toegangsweigering en de maatregel te behandelen. Daarom werd het vonnis van de rechtbank vernietigd. Vervolgens toetste de Afdeling de toegangsweigering en de maatregel inhoudelijk en concludeerde dat de weigering van toegang en de daarop gebaseerde vrijheidsontnemende maatregel rechtmatig waren.
De Afdeling verwees naar het ANAFE-arrest van het Hof van Justitie en de toepasselijkheid van de Schengengrenscode op asielzoekers. Hoewel asielzoekers rechtmatig verblijf hebben, kan de verdere toegang tot het grondgebied worden beperkt op grond van de Vreemdelingenwet. De Afdeling concludeerde dat de staatssecretaris de toegang mocht weigeren en de maatregel rechtmatig oplegde. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen tegen de toegangsweigering en de vrijheidsontnemende maatregel worden ongegrond verklaard.