Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam 1], eiser,
[naam ])
en [naam 4](voorheen:
[naam ])
,
Rechtbank Den Haag
Eisers, een Noord-Koreaanse familie, vroegen asiel aan in Nederland vanwege het gevaar dat hen en hun familieleden in Noord-Korea bedreigt. Zij stelden dat zij vanwege hun verleden en politieke situatie niet veilig zijn in Noord-Korea en vrezen represailles voor hun achtergebleven familieleden bij vestiging in Zuid-Korea.
De staatssecretaris wees de aanvragen af omdat eisers zich in redelijkheid tot Zuid-Korea kunnen wenden, waar zij van rechtswege de nationaliteit bezitten en waar een veiligheidsonderzoek geen verlies van deze nationaliteit tot gevolg kan hebben. De rechtbank bevestigde dat het vestigingsalternatief Zuid-Korea gegrond is, mede gelet op de aard van de werkzaamheden en achtergrond van eisers, die niet leiden tot een reëel risico op ontdekking of gevaar.
Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat onvoldoende concrete gegevens werden verstrekt. De rechtbank oordeelde dat de belangen van de in Noord-Korea achtergebleven familieleden niet zodanig zijn dat het vestigingsalternatief onredelijk is. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard omdat eisers zich in redelijkheid tot Zuid-Korea als beschermingsalternatief kunnen wenden.