ECLI:NL:RVS:2014:2815
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake beschermingsalternatief Zuid-Koreaanse nationaliteit vreemdeling
Bij besluit van 16 april 2013 wees de staatssecretaris de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank vernietigde dit besluit en liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de vraag of de vreemdeling de Zuid-Koreaanse nationaliteit daadwerkelijk bezit, wat bepalend is voor het tegenwerpen van een beschermingsalternatief. De staatssecretaris stelde dat de vreemdeling ook de Zuid-Koreaanse nationaliteit heeft en dat van hem verwacht kan worden dat hij zich onder de bescherming van Zuid-Korea stelt. De rechtbank vond echter dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat de vreemdeling deze nationaliteit bezit, mede vanwege onduidelijkheid over een veiligheidsonderzoek dat Zuid-Koreaanse autoriteiten uitvoeren.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris de bewijslast draagt om aannemelijk te maken dat de vreemdeling de Zuid-Koreaanse nationaliteit daadwerkelijk bezit en deze niet kan verliezen door het veiligheidsonderzoek. Nu de staatssecretaris hierin niet slaagde, vernietigde de Raad van State het bestreden deel van de uitspraak en bepaalde dat de staatssecretaris opnieuw op de aanvraag moet beslissen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris dient opnieuw te beslissen over de aanvraag verblijfsvergunning asiel.