ECLI:NL:RBDHA:2015:8769
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning kinderpardon wegens langdurig onttrekken aan toezicht
Eisers, een gezin van Armeense nationaliteit, dienden op 22 juli 2013 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning op grond van de kinderpardonregeling. Deze aanvraag werd afgewezen omdat zij zich vanaf 17 december 2010 met onbekende bestemming uit de opvanglocatie hadden verwijderd en pas bij de aanvraag weer in beeld kwamen bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).
De rechtbank oordeelt dat eisers zich langer dan drie maanden aan het toezicht van de IND, het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa), de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) en de Vreemdelingenpolitie hebben onttrokken, waardoor zij niet voldoen aan de voorwaarden van de regeling. Het feit dat zij wel in beeld waren bij de gemeente, voedselbank en kerk doet hier niet aan af.
Eisers voerden aan dat zij de opvang moesten verlaten vanwege psychische klachten en dat de kinderen niet de dupe mogen worden van de gedragingen van hun ouders. Deze argumenten werden verworpen, mede gelet op jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst op de mogelijkheid van hoger beroep bij de Raad van State. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eisers zich langer dan drie maanden aan het toezicht van de Rijksoverheid hebben onttrokken.