ECLI:NL:RVS:2014:3890
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van de Regeling langdurig verblijvende kinderen
De vreemdelingen hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van de Regeling langdurig verblijvende kinderen, waarbij vreemdeling 1 als hoofdaanvrager werd aangemerkt en vreemdelingen 2 en 3 als gezinsleden. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat er geen eerdere aanvraag asielverblijfsvergunning was ingediend, een vereiste volgens de Regeling.
De rechtbank stelde dat het onderscheid tussen vreemdelingen met en zonder asielachtergrond niet in strijd is met het discriminatieverbod, mede vanwege de beleidsvrijheid van de staatssecretaris en de verschillende verantwoordelijkheden voor asielzoekers. De vreemdelingen betwistten dit en voerden aan dat het onderscheid indringender getoetst had moeten worden en dat de keuze van vreemdeling 3 niet aan vreemdelingen 1 en 2 toegerekend mag worden.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank de juiste toetsingsmaatstaf heeft toegepast en dat het onderscheid gerechtvaardigd is vanwege legitieme immigratiedoelen en verschillen in opvang en rechten tussen asielzoekers en andere vreemdelingen. Ook de mogelijkheid tot ambtshalve verlening van een verblijfsvergunning wegens bijzondere omstandigheden werd besproken, waarbij werd vastgesteld dat een aparte aanvraag daarvoor vereist is.
De overige grieven werden verworpen en het hoger beroep ongegrond verklaard. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning is bevestigd.