ECLI:NL:RBDHA:2015:8772
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak faillissementsfraude en administratieverplichting bestuurder
De rechtbank Den Haag behandelde de zaak tegen de verdachte, die werd verdacht van faillissementsfraude en het niet voldoen aan administratieverplichtingen als feitelijk bestuurder van een failliet verklaard bedrijf. De tenlastelegging omvatte het onttrekken van goederen en geld aan de boedel en het niet voeren en bewaren van een deugdelijke administratie.
Tijdens de zittingen op 24 oktober 2013, 16 april 2015 en 14 juli 2015 werden de verdachte, zijn raadsman en de benadeelde partijen gehoord. De officier van justitie vorderde vrijspraak voor het primaire tenlastegelegde feit en een gevangenisstraf van zes maanden, waarvan drie voorwaardelijk, voor het subsidiaire feit.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om wettig en overtuigend vast te stellen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten had begaan. De ingeleverde administratie werd als min of meer gestructureerd en overzichtelijk beoordeeld, waardoor niet kon worden aangenomen dat de administratieverplichtingen waren geschonden. De benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen tot schadevergoeding. De verdachte werd vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van faillissementsfraude en niet-naleving administratieverplichtingen wegens onvoldoende bewijs.