ECLI:NL:RBDHA:2015:9034
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- N. Djebali
- M.C.J.A. Huijgens
- J.P.F. Slijpen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing bedrijfsopvolgingsregeling bij erfbelasting na overlijden aandeelhouder
Op 12 maart 2011 overleed de erflater, die enig aandeelhouder was van Holding BV. Holding BV hield aandelen in Werk BV, een onderneming in designmeubelen en interieuradviezen. Eiser erfde certificaten van aandelen in Holding BV en verzocht om toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) bij de erfbelastingaanslag. Verweerder legde een aanslag erfbelasting op zonder toepassing van de BOR en handhaafde dit bij bezwaar.
Eiser stelde dat Holding BV een materiële onderneming dreef en een belang had in Werk BV dat gelijk stond aan een aandelenbelang, waardoor de BOR van toepassing zou zijn. De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat Holding BV een onderneming dreef die meer opleverde dan normaal vermogensbeheer, noch dat de lening aan Werk BV bestond zoals door eiser gesteld. Ook was niet aannemelijk dat erflater werkzaamheden verrichtte voor Holding BV die een onderneming rechtvaardigen.
Subsidiair stelde eiser dat de toerekeningsfictie van artikel 35c SW van toepassing was, maar de rechtbank stelde vast dat Holding BV geen aandelenbelang had in Werk BV, waardoor deze toerekening niet mogelijk was. Gelet op deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees de aanslag erfbelasting toe zoals opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag erfbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag wordt gehandhaafd zonder toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling.