ECLI:NL:RBDHA:2016:10274
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep ongewenstverklaring wegens ontbreken procesbelang na strafonderbreking
Eiser, een Poolse nationaliteit bezittende persoon, werd ongewenst verklaard en zijn verblijfsrecht beëindigd vanwege een veroordeling tot vijftien maanden gevangenisstraf, waarvan vijf voorwaardelijk, voor diefstal met geweld. Verweerder stelde dat het gedrag van eiser een ernstige bedreiging vormt voor de samenleving en dat hij Nederland onmiddellijk moet verlaten.
Eiser stelde zich op het standpunt dat het besluit onterecht was, maar de rechtbank constateerde dat eiser op 22 februari 2016 strafonderbreking was verleend onder de voorwaarde dat hij niet meer naar Nederland zou terugkeren. Eiser had deze voorwaarde geaccepteerd en Nederland op 29 februari 2016 verlaten.
De rechtbank overwoog dat eiser daardoor geen actueel procesbelang meer heeft bij het beroep, omdat het doel van de procedure niet meer te verwezenlijken is. Ook andere door eiser aangevoerde belangen werden niet als voldoende onderbouwd geacht.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een procesbelang na het accepteren van strafonderbreking met de voorwaarde niet terug te keren naar Nederland.