ECLI:NL:RBDHA:2016:10441
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opschorting tenuitvoerlegging gevangenisstraf wegens medische omstandigheden
Eiser is onherroepelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden wegens verboden wapenbezit, waarvan nog 139 dagen resteren. Hij heeft een eerste gratieverzoek ingediend dat is afgewezen, en vervolgens een tweede gratieverzoek met medische onderbouwing vanwege een vermeende detentieongeschiktheid.
De Dienst Justis en het Bureau Medische Advisering (BIMA) hebben meerdere malen geoordeeld dat eiser detentiegeschikt is, ondanks zijn cardiovasculaire en psychische problematiek, omdat de benodigde zorg binnen de penitentiaire inrichting kan worden geleverd. Eiser betoogt dat het BIMA onvoldoende onderzoek heeft gedaan en dat zijn medische situatie een opschorting van de strafuitvoering rechtvaardigt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het wettelijke stelsel vereist dat een opgelegde straf wordt uitgevoerd, tenzij uitzonderingen van toepassing zijn. Het tweede gratieverzoek heeft geen opschortende werking van rechtswege en het beleid van de Staat maakt opschorting slechts bij hoge uitzondering mogelijk, bijvoorbeeld bij levensbedreigende aandoeningen.
Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij detentieongeschikt is of dat zijn gratieverzoek waarschijnlijk zal worden ingewilligd. De toezeggingen van de Staat over medische screening en zorg binnen de inrichting wegen mee in dit oordeel. Daarom wordt het verzoek tot opschorting afgewezen en wordt eiser veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoek tot opschorting van de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van detentieongeschiktheid.