Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 25 augustus 2016 in de zaken tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
- een navorderingsaanslag IB/PVV 2008, waarbij in afwijking van de definitieve aanslag, een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang is bijgeteld van € 3.312.475;
- een aanslag IB/PVV 2009, waarbij in afwijking van de aangifte, het belastbare inkomen uit werk en woning is verhoogd van € 155.957 tot € 157.324, een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang is bijgeteld van € 2.700.000 en het belastbare inkomen uit sparen en beleggen is verhoogd van € 192.110 tot € 221.424;
- een aanslag IB/PVV 2010, waarbij in afwijking van de aangifte, het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang is verhoogd van -/- € 4.536 tot € 2.277.705;
- een aanslag IB/PVV 2011, waarbij in afwijking van de aangifte een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang is bijgeteld van € 1.632.768.
Proceskosten
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vernietigt de navorderingsaanslag IB/PVV 2008 en de daarbij gegeven heffingsrentebeschikking;
- vermindert de aanslag IB/PVV 2009 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 157.324, een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van nihil, en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 221.424 en vermindert de daarbij gegeven heffingsrentebeschikking dienovereenkomstig;
- vermindert de aanslag IB/PVV 2010 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 146.518, een verlies uit aanmerkelijk belang van € 4.536, en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 188.319 en vermindert de daarbij gegeven heffingsrentebeschikking dienovereenkomstig;
- wijzigt de verliesvaststellingsbeschikking zodanig dat het verlies uit aanmerkelijk belang voor 2010 wordt vastgesteld op € 4.536;
- vermindert de aanslag IB/PVV 2011 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 79.764, een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van nihil, en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 223.069 en vermindert de daarbij gegeven heffingsrentebeschikking dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.598;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 45 aan eiser te vergoeden.