Op 18 december 2015 pleegden verdachte en een medeverdachte een woninginbraak in Wassenaar waarbij een raam en een tuindeur werden geforceerd en sieraden werden gestolen. Verdachte heeft bekend de inbraak samen met medeverdachte te hebben gepleegd. Na de inbraak volgde een hogesnelheidsachtervolging waarbij de bestuurder van de auto op politieagenten inreed. Verdachte was passagier en werd vrijgesproken van bedreiging omdat hij niet de bestuurder was.
De rechtbank oordeelde dat er sprake was van medeplegen omdat verdachte en medeverdachte samen het plan hadden en samen handelden bij de inbraak. Verdachte probeerde tijdens de achtervolging sieraden uit het raam te gooien. De rechtbank verwierp het verweer dat medeverdachte zich plotseling wilde distantiëren van de inbraak.
Gezien de ernst van het feit, de impact op slachtoffers, en de meervoudige recidive van verdachte, legde de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zeven maanden op, met aftrek van voorarrest. De vorderingen tot schadevergoeding van de politieagenten werden afgewezen omdat verdachte werd vrijgesproken van bedreiging.
De rechtbank hief tevens de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis op. De straf is gebaseerd op de artikelen 47 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.