ECLI:NL:RBDHA:2016:1075
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onmiddellijke opheffing inbewaringstelling minderjarige vreemdeling wegens onvoldoende motivering lichtere maatregel
Eiser, een minderjarige alleenstaande vreemdeling van Marokkaanse nationaliteit zonder geldige reisdocumenten, werd op 11 januari 2016 in bewaring gesteld na een strafrechtelijke aanhouding en inverzekeringstelling. Hij stelde beroep in tegen deze vrijheidsontnemende maatregel, stellende dat de inbewaringstelling niet proportioneel was en dat een lichter middel had moeten worden toegepast.
De rechtbank onderzocht of verweerder, de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, voldoende rekening had gehouden met de minderjarige leeftijd van eiser en de mogelijkheid van een lichtere maatregel. Hoewel verweerder erkende dat eiser minderjarig was, bleek uit de motivering onvoldoende waarom de inbewaringstelling noodzakelijk was, zeker gezien het feit dat uitzetting op korte termijn niet mogelijk was vanwege het ontbreken van geldige reisdocumenten en de aanvraag van een laissez-passer.
De rechtbank oordeelde dat verweerder had moeten afzien van de inbewaringstelling en een lichter middel had moeten toepassen. Het beroep werd gegrond verklaard, de bewaring onmiddellijk opgeheven en de Staat veroordeeld tot een schadevergoeding van €1.465,-- voor de onrechtmatige vrijheidsontneming, alsmede tot betaling van de proceskosten van €1.240,--.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt onmiddellijke opheffing van de inbewaringstelling en kent een schadevergoeding toe.