ECLI:NL:RVS:2008:BG6957
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over rechtmatigheid vreemdelingenbewaring wegens feitelijke onderbreking bevoegdheden
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die de vreemdelingenbewaring van een vreemdeling op 6 september 2008 onrechtmatig verklaarde en het verzoek om schadevergoeding toewijst.
De vreemdeling werd staande gehouden op grond van artikel 50 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en vervolgens in bewaring gesteld. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van een redelijk vermoeden van illegaal verblijf bij de staandehouding, waardoor de daaropvolgende bewaring onrechtmatig was.
De Raad van State overweegt dat tussen de staandehouding en de bewaring een feitelijke onderbreking heeft plaatsgevonden doordat bevoegdheden zijn toegepast die niet krachtens de Vreemdelingenwet 2000 zijn toegekend. Hierdoor is de rechtbank buiten de grenzen van het geschil getreden door de rechtmatigheid van de staandehouding mee te beoordelen.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Tevens worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.