ECLI:NL:RBDHA:2016:10932
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot gelijktijdige tegendemonstratie bij Pegida-betoging in Den Haag
Op 7 september 2016 heeft de burgemeester van Den Haag de Pegida-demonstratie beperkt tot een statische demonstratie op een specifieke locatie. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze beperking en vroeg de voorzieningenrechter om toestemming voor een gelijktijdige tegendemonstratie op de Koekamp, dan wel een andere locatie.
Tijdens de zitting op 9 september 2016 werd het verzoek behandeld. De voorzieningenrechter benadrukte het grondrecht op betoging, maar erkende ook dat de Wet Openbare Manifestaties beperkingen toestaat ter voorkoming van wanordelijkheden.
Gezien eerdere ernstige wanordelijkheden bij Pegida-demonstraties en de locatie in het centrum van Den Haag, oordeelde de rechter dat de burgemeester terecht de demonstraties gescheiden hield om de veiligheid van bewoners, toeristen en winkelend publiek te waarborgen. Het voorstel van verzoeker om met een kleine groep te demonstreren werd afgewezen omdat dit het risico op wanordelijkheden niet wegneemt.
De opgelegde beperking werd niet als onevenredig beschouwd, omdat het recht op betogen niet illusoir werd gemaakt en de gekozen locatie voldoende zichtbaarheid bood. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en hoger beroep is uitgesloten.
Uitkomst: Het verzoek om een gelijktijdige tegendemonstratie bij de Pegida-betoging werd afgewezen wegens veiligheidsrisico's en het voorkomen van wanordelijkheden.