Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 22 september 2016 in de zaken tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
.
.[bedrijf 2] heeft aan eiser in 2010 in totaal € 12.913 op facturen betaald.
.[bedrijf 3] B.V. heeft aan eiser in 2011 in totaal € 4.060,88 op facturen betaald.
- Het beroep betreffende de naheffingsaanslag loonheffingen is tijdig ingediend.
- Verweerder concludeert ten onrechte tot omkering van de bewijslast. Zo daarvoor al aanleiding zou zijn, is geen sprake van een redelijke schatting.
- Er zijn geen zwarte lonen betaald en het anoniementarief is ten onrechte toegepast.
- De verzuimboete is ten onrechte opgelegd omdat eiser door toedoen van verweerder niet over zijn administratie beschikte.
- De vergrijpboete is ten onrechte opgelegd omdat geen sprake is van (voorwaardelijk) opzet dan wel (grove) schuld. Voorts acht eiser de hoogte van de boete in strijd met het evenredigheidsbeginsel.
- De boetebeschikkingen dienen verminderd te worden wegens overschrijding van de redelijke termijn.
- Verweerder heeft het motiverings-, zorgvuldigheids- en rechtszekerheidsbeginsel geschonden.
- Het beroep betreffende de naheffingsaanslag loonheffingen is niet-ontvankelijk, omdat het buiten de beroepstermijn is ingediend.
- Eiser heeft niet de vereiste aangiften voor de IB/PVV, de omzetbelasting en de loonheffingen gedaan, hetgeen aanleiding is tot omkering en verzwaring van de bewijslast.
- Ten aanzien van de aanslag IB/PVV en de naheffingsaanslagen omzetbelasting en loonheffingen is sprake van een redelijke schatting.
- Eiser heeft niet voldaan aan de identificatieplicht van zijn werknemers zodat het anoniementarief terecht is toegepast.
- De boetebeschikkingen zijn terecht en tot de juiste bedragen opgelegd.
- Er is geen sprake van een schending van het motiverings-, zorgvuldigheids- en rechtszekerheidsbeginsel.
.
Beslissing
- verklaart het beroep gericht tegen de aanslag IB/PVV alsmede tegen de hierbij gegeven verzuimboete en beschikking heffingsrente ongegrond;
- verklaart het beroep gericht tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting alsmede tegen de hierbij gegeven beschikking heffingsrente ongegrond;
- verklaart het beroep gericht tegen de bij de naheffingsaanslag omzetbelasting gegeven boetebeschikking gegrond en vermindert de vergrijpboete tot een bedrag van € 5.322;
- verklaart het beroep gericht tegen de naheffingsaanslag loonheffingen ongegrond;
- verklaart het beroep gericht tegen de bij de naheffingsaanslag loonheffingen gegeven beschikking heffingsrente gegrond en vermindert de beschikking heffingsrente overeenkomstig de bij uitspraak op bezwaar verminderde naheffingsaanslag;
- vernietigt in zoverre de uitspraken op bezwaar;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde gedeelten van de uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 992;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 212 aan eiser te vergoeden.