ECLI:NL:RBDHA:2016:11404
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering verblijfsdocument familielid gemeenschapsonderdaan wegens onvoldoende verblijf in Spanje
Eiseres, afkomstig uit de Dominicaanse Republiek, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument als familielid van een Nederlandse gemeenschapsonderdaan. De aanvraag werd afgewezen omdat zij niet aannemelijk kon maken dat zij ten minste zes maanden onafgebroken met haar Nederlandse echtgenoot in Spanje had verbleven.
In bezwaar werd het verzoek kennelijk ongegrond verklaard zonder eiseres te horen, wat zij betwistte. De rechtbank toetste of het bezwaar kansrijk was en concludeerde dat de overgelegde bewijsstukken onvoldoende waren om het verblijf in Spanje aannemelijk te maken. De administratieve inschrijving van de echtgenoot in Spanje in 2011 was niet voldoende, temeer daar hij sinds 2010 onafgebroken in Rotterdam stond ingeschreven en sinds 2009 in Nederland werkte.
De verklaringen van kennissen betroffen verblijf in Nederland en niet in Spanje. In beroep werden geen aanvullende bewijsstukken overgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep daarom ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van het verblijfsdocument wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van verblijf in Spanje.