ECLI:NL:RVS:2016:2382
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrond verklaring beroep vreemdeling inzake verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdeling verbleef sinds 2008 in Nederland, met haar gezin. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet had onderkend dat de staatssecretaris de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro deugdelijk had gemotiveerd. De asielgerelateerde gronden die de vreemdeling aanvoerde, vereisten nader onderzoek in een asielprocedure, niet in de reguliere verblijfsprocedure.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De staatssecretaris had terecht geoordeeld dat de belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro in zijn nadeel uitviel en dat de vreemdeling niet voldeed aan de vereisten voor een verblijfsvergunning wegens schrijnende omstandigheden. Tevens was het horen van de vreemdeling voorafgaand aan het bezwaar niet vereist.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.