ECLI:NL:RBDHA:2016:11854
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres, werkzaam bij de gemeente Den Haag, vroeg een WIA-uitkering aan na ziekte vanwege bekken- en psychische klachten. Verweerder weigerde de uitkering omdat eiseres slechts 15,3% arbeidsongeschikt werd geacht, later bij bezwaar verhoogd naar 24,74%, maar nog steeds onder de 35% grens.
De rechtbank oordeelde dat de medische beoordelingen door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen zorgvuldig en deugdelijk waren, waarbij zowel lichamelijke als psychische beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) waren vastgelegd. Eiseres bracht geen overtuigend tegenbewijs aan en haar beroep op een eerdere CRvB-uitspraak faalde omdat volledige arbeidsongeschiktheid niet aan de orde was.
Ook de geschiktheid van de door de arbeidsdeskundige geduide functies werd bevestigd, ondanks bezwaren over werkzaamheden als magazijnmedewerker en productiemedewerker. De rechtbank vond de motivering van de arbeidsdeskundigen voldoende en concludeerde dat eiseres geen recht had op een WIA-uitkering.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WIA-uitkering is ongegrond verklaard omdat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is bevonden.