ECLI:NL:RBDHA:2016:12168
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bestuursdwang verwijdering fiets wegens overtreding APV Den Haag
Eiseres kreeg op 28 oktober 2015 een last onder bestuursdwang opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wegens het parkeren van haar fiets buiten de daarvoor bestemde parkeervoorzieningen op het Koningin Julianaplein. De fiets werd na een begunstigingstermijn van 30 minuten verwijderd en opgeslagen. Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit, dat werd afgewezen, waarna zij beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat het primaire besluit, hoewel niet ondertekend door een gemandateerde, rechtsgeldig was omdat het bestreden besluit dit gebrek herstelde en eiseres hierdoor niet in haar belangen was geschaad. Daarnaast werd geoordeeld dat artikel 5:12, eerste lid, van de APV niet onverbindend is en niet in strijd met hogere regelgeving zoals het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en de Wegenverkeerswet 1994.
Verder werd vastgesteld dat het begrip parkeervoorziening beperkt moet worden uitgelegd als de aanwezige fietsenrekken en niet de gehele afgeschermde ruimte. De begunstigingstermijn van 30 minuten werd als redelijk beoordeeld. De rechtbank vond dat de overtreding voldoende was geconstateerd en dat het college bevoegd was bestuursdwang toe te passen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder bestuursdwang tot verwijdering van de fiets wordt ongegrond verklaard.