ECLI:NL:RVS:2005:AS5483
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- A.W.M. Bijloos
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verwijdering fiets wegens hinderlijk parkeren op trottoir in Amsterdam
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het dagelijks bestuur van het stadsdeel Amsterdam-Centrum om zijn fiets, die met een beugelslot aan een bouwhek op het Stationsplein was bevestigd, te verwijderen en op te slaan. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep bij de Raad van State voerde appellant aan dat het besluit niet rechtsgeldig was, onder meer omdat het niet gebaseerd zou zijn op een besluit als bedoeld in artikel 1:3 van Pro de Awb, geen begunstigingstermijn was gegeven en de fiets niet in strijd met een wettelijk voorschrift was geplaatst. De Raad van State oordeelde dat het formulier van 16 september 2002 wel een besluit en proces-verbaal bevatte en dat de bekendmaking aan appellant op een geschikte wijze had plaatsgevonden.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het bouwhek waaraan de fiets was bevestigd niet kon worden aangemerkt als een inrichting voor de openbare dienst, zodat verwijdering op grond van artikel 8.1 van de APV niet terecht was. Echter, de fiets stond op het trottoir bij de taxistandplaats en hinderde het reizigersverkeer, waardoor het parkeren in strijd was met artikel 10.6 van de APV. Gezien de spoedeisendheid kon zonder begunstigingstermijn worden gehandeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het besluit tot verwijdering van de fiets bevestigd.