Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.Het incident tot tussenkomst c.q. voeging
3.De feiten
4.Het geschil
primairde Gemeente te gebieden de inschrijving van [X B.V.] ongeldig te verklaren en de Gemeente te gebieden de Opdracht, indien zij deze nog wenst te gunnen, aan geen ander dan [eiseres] te gunnen;
subsidiairde Gemeente te veroordelen over te gaan tot herbeoordeling van de laagste inschrijving met inachtneming van de eisen uit paragraaf 5.4.4 van de Inschrijvingsleidraad en de Gemeente te bevelen de uitslag van deze herbeoordeling dusdanig te motiveren dat objectief kan worden vastgesteld of deze toetsing voldoet en of de laagste inschrijving voldoet aan de eisen van paragraaf 5.4.4 van de Inschrijvingsleidraad;
meer subsidiairde Gemeente te gebieden de Opdracht opnieuw aan te besteden indien zij nog tot gunning daarvan wenst over te gaan;
zowel primair als (meer) subsidiairop straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van de Gemeente in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente en nakosten.
5.De beoordeling van het geschil
kaneen dergelijke inschrijving terzijde leggen) maar ook uit het bepaalde in artikel 2.116 Aw 2012. Nu ter zake sprake is van een discretionaire bevoegdheid van de Gemeente, kunnen aan voormelde bepaling uit de Inschrijvingsleidraad door andere inschrijvers als [eiseres] geen rechten worden ontleend en dient de vordering van [eiseres] – voor zover deze is gegrond op deze bepaling – te worden afgewezen.