ECLI:NL:RBDHA:2016:12241
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen bestuursrechter in belastingzaak
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de bestuursrechter die betrokken is bij de behandeling van zijn bezwaar en verzet tegen een belastingaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2010. Verzoeker stelt dat de bestuursrechter zich vijandig tegenover hem opstelt, met name vanwege het afwijzen van zijn verzoeken tot uitstel en verwijzing naar een andere rechtbank.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld en overwogen dat de bestuursrechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid. De afwijzing van uitstelverzoeken en verzoeken om verwijzing zijn procesbeslissingen die op zichzelf geen wrakingsgrond vormen, tenzij zij onbegrijpelijk zijn en een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid opleveren. Verzoeker heeft geen dergelijke onbegrijpelijkheid gesteld of aangetoond.
De wrakingskamer concludeert dat er geen schijn van vooringenomenheid bestaat en wijst het wrakingsverzoek af. Tevens bepaalt zij dat een volgend wrakingsverzoek in deze hoofdprocedure niet in behandeling wordt genomen om de voortgang van de procedure te waarborgen. De beslissing is openbaar uitgesproken op 5 september 2016 door de wrakingskamer van de rechtbank Den Haag.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de bestuursrechter wordt afgewezen en een volgend wrakingsverzoek in de hoofdzaak wordt niet in behandeling genomen.