ECLI:NL:RBDHA:2016:12267

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 juli 2016
Publicatiedatum
12 oktober 2016
Zaaknummer
C/09/514981 / KG RK 16-1297
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 37 Wetboek van Burgerlijke RechtsvorderingArt. 39 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen voorzitter wrakingskamer wegens gebrek aan vooringenomenheid

Op 18 juli 2016 vond de behandeling plaats van het wrakingsverzoek van verzoekers tegen de voorzitter van de wrakingskamer, mr. O. van der Burg. Verzoekers stelden dat mr. Van der Burg in een vergelijkbare zaak in 2012 ook was gewraakt en dat dit aanleiding gaf tot een legitieme twijfel over zijn onpartijdigheid.

Tijdens de mondelinge behandeling was mr. Van der Burg afwezig en lichtte de gemachtigde van verzoekers het wrakingsverzoek toe. De wrakingskamer overwoog dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er een zwaarwegende aanwijzing is voor vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor bestaat.

De kamer stelde dat ook de schijn van vooringenomenheid meegewogen moet worden, maar concludeerde dat daarvan geen sprake was bij mr. Van der Burg. Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd de behandeling van de hoofdzaak voortgezet zoals die was ten tijde van het verzoek.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de voorzitter van de wrakingskamer is afgewezen wegens het ontbreken van een objectief gerechtvaardigde vrees vooringenomenheid.

Uitspraak

beslissing

WRAKINGSKAMER VAN DE RECHTBANK DEN HAAG

Mondelinge beslissing van de meervoudige wrakingskamer
Wrakingnummer 2016/38
zaak-/rekestnummer: C/09/ 514981 / KG RK 2016-1297
datum beschikking: 18 juli 2016
BESLISSING
op het schriftelijke verzoek tot wraking ingevolge artikel 37 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in de zaak van:
[verzoeker 1] en [verzoeker 2] ,
beiden wonende te [woonplaats] ,
verzoekers,
gemachtigde: mr. J.H. Weermeijer,
strekkende tot wraking van:
mr. O. van der Burg,
voorzitter van de wrakingskamer van 18 juli 2016.

1.De voorgeschiedenis en het procesverloop

Op 18 juli 2016 om 11.00 uur zou de behandeling plaatsvinden van het wrakingsverzoek van verzoekers tegen kantonrechter mr. Gerritse (zaak-/rekestnummer: C/09/513617/KG RK 16/1151). Bij de voorbereiding van deze zitting is het de gemachtigde van verzoekers gebleken dat mr. O. van der Burg, voorzitter van de wrakingskamer van 18 juli 2016, in een soortgelijke zaak in het verleden eveneens is gewraakt. Op dat moment, op 17 juli 2016 te 23.52 uur, heeft de gemachtigde het verzoek tot wraking van mr. Van der Burg per fax ingediend.

2.De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek

Op 18 juli 2016 is het wrakingsverzoek ter zitting van deze wrakingskamer behandeld. Verzoekers, bijgestaan door hun gemachtigde mr. J.H. Weermeijer, zijn verschenen. Mr. Van der Burg is ter zitting, met bericht van afwezigheid, niet verschenen.
Het wrakingsverzoek is door de gemachtigde van verzoekers toegelicht. Van het verhandelde ter zitting zijn door de griffier aantekeningen gemaakt.
De wrakingskamer heeft, na een korte schorsing van de zitting, mondeling navolgende uitspraak gedaan.

3.Het standpunt van verzoeker

Aan het wrakingsverzoek is - verkort en zakelijk weergegeven - het volgende ten grondslag gelegd. Mr. Van der Burg is in een vergelijkbare zaak uit 2012 gewraakt. De inhoud van beide zaken lijkt bijzonder veel op elkaar. Hoewel het wrakingsverzoek tegen mr. Van der Burg in 2012 is afgewezen, is er sprake van een legitimate doubt, een grond die volgens vaste jurisprudentie genoeg is om een wraking gegrond te verklaren.

4.Het standpunt van mr. Van der Burg

Mr. Van der Burg heeft te kennen gegeven niet in de wraking te berusten.

5.De beoordeling

5.1.
Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de zin van art. 6, eerste lid, EVRM dient uitgangspunt te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
5.2.
Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn indien bepaalde feiten of omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt. Alsdan dient de rechter zich van een beslissing in de hoofdzaak te onthouden, want rechtzoekenden moeten in het rechterlijk apparaat vertrouwen kunnen stellen. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn.
5.3.
Van een objectief gerechtvaardigde vrees van vooringenomenheid, dan wel een schijn van vooringenomenheid bij mr. Van der Burg is niet gebleken. Om die reden zal het wrakingsverzoek worden afgewezen.

6.De beslissing

De wrakingskamer:
- wijst het verzoek tot wraking af;
- bepaalt dat de behandeling van het wrakingsverzoek, geregistreerd onder het nummer C/09/513617/ KG RK 16/1151 wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek;
- beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt toegezonden aan:
• de verzoekers p/a hun gemachtigde mr. J.H. Weermeijer;
• de voorzitter van de wrakingskamer van 18 juli 2016 mr. O. van der Burg;
Deze beslissing is gegeven door mr. J.A. van Steen, mr. J.G.J. Brink en mr. H.W. Vogels, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Y.F. Ritmeijer als griffier en in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2016.