ECLI:NL:RBDHA:2016:12515
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Inschrijving terzijde gelegd wegens vooruitlopen op kortingspercentages in aanbesteding datacentermiddelen
Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) organiseerde een Europese openbare aanbesteding voor de levering van datacentermiddelen, verdeeld over twee percelen met raamovereenkomsten voor vier opdrachtnemers per perceel. Het gunningscriterium was de beste prijs-kwaliteitverhouding, waarbij onder meer minimale kortingspercentages moesten worden geboden die realistisch en aantoonbaar waren.
Het Consortium, bestaande uit meerdere BV's, diende een inschrijving in waarin zij vooruitliep op de kortingen die fabrikanten in de daaropvolgende mini-competities zouden verstrekken. Volgens de tweede Nota van Inlichtingen was dit niet toegestaan; de inschrijver moest de minimale kortingen kunnen bieden zonder vooruit te lopen op toekomstige kortingen. De Staat legde de inschrijving van het Consortium terzijde wegens het niet voldoen aan deze eis.
Het Consortium voerde aan dat het wel aan de eisen voldeed, dat de Staat ondeugdelijk had geverifieerd en dat andere inschrijvers soortgelijke strategieën hadden gevolgd. Ook stelde het Consortium dat het hoger beroep op de eerdere vonnissen moest worden afgewacht alvorens definitieve gunning. De rechtbank oordeelde dat de inschrijving terecht was terzijde gelegd omdat het vooruitlopen op kortingen de vergelijkbaarheid van inschrijvingen aantastte en dat de Staat de eerdere fout had hersteld.
Verder oordeelde de rechtbank dat de verificatieprocedure adequaat was uitgevoerd, dat er geen rechtsgrond was voor opschorting van de gunning tot het hoger beroep was afgerond, en dat de vorderingen van het Consortium en de interveniënten Misco en Infotheek werden afgewezen. Het Consortium werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De inschrijving van het Consortium is terecht terzijde gelegd en de vorderingen worden afgewezen.