ECLI:NL:RBDHA:2016:12985
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-in behandeling nemen asielaanvragen op grond van Dublinverordening
Eisers, Iraakse asielzoekers, hebben in Nederland asiel aangevraagd nadat zij via Duitsland waren gekomen. Nederland heeft Duitsland verzocht hen terug te nemen op grond van de Dublinverordening, welke terugname aanvankelijk werd afgewezen maar later alsnog werd geaccepteerd.
De staatssecretaris heeft de asielaanvragen van eisers niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling. Eisers betwisten dit en stellen dat zij in Duitsland geen formele asielaanvraag hebben ingediend, slechts een BÜMA-registratie, en dat nader onderzoek had moeten plaatsvinden.
De rechtbank oordeelt dat Duitsland terecht de verantwoordelijkheid heeft geaccepteerd, ook zonder formele asielaanvraag, omdat eisers als asielzoekers geregistreerd stonden. De kanttekeningen van eisers over de juridische gevolgen van een BÜMA-registratie zijn onvoldoende om het besluit aan te tasten.
De rechtbank wijst het beroep ongegrond en het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen sprake van onevenredige hardheid of strijd met de Dublinverordening. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter Sinack op 27 oktober 2016.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.